Conclusie
Nummer22/01864
Inleiding
Het middel
stillsde verdachte is herkend
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Den Haag veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 weken wegens diefstal met braak en inklimming. De verdediging verzocht om het horen van drie politieambtenaren (verbalisanten) die de verdachte hadden herkend op camerabeelden, om de betrouwbaarheid van deze belastende verklaringen te toetsen. Het hof wees dit verzoek af met het argument dat het opmaken van aanvullende processen-verbaal voldoende tegemoet kwam aan het verdedigingsbelang.
De advocaat-generaal bij de Hoge Raad concludeert echter dat het hof hiermee het recht van de verdachte op een eerlijk proces, zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro, heeft geschonden. De verklaringen van de verbalisanten werden voor het bewijs gebruikt zonder dat de verdachte de mogelijkheid had gehad hen te ondervragen. Het hof heeft niet onderzocht of de procedure als geheel aan de eisen van een eerlijk proces voldeed en gaf geen goede reden voor het niet horen van de verbalisanten.
De Hoge Raad oordeelt dat het belang bij het oproepen en horen van deze getuigen moet worden voorondersteld, zeker omdat de verklaringen belastend zijn en de verdediging geen effectieve ondervragingsmogelijkheid heeft gehad. Het middel van cassatie slaagt daarom. De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Den Haag voor een nieuwe beoordeling waarbij het recht op ondervraging wordt gewaarborgd.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling waarbij het recht op ondervraging van verbalisanten wordt gewaarborgd.