Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
11 oktober 2024.
Hoge Raad
In deze cassatieprocedure vordert eiseres vernietiging van het arrest van het gerechtshof Amsterdam dat haar in de vrijwaringszaak afwees en de kantonrechter bevestigde. Eiseres had een rechtsbijstandsverzekering bij ARAG en werd in een geschil met haar voormalige werkgever bijgestaan door een advocatenkantoor dat betaling vorderde. Eiseres riep ARAG in vrijwaring op.
Tijdens het hoger beroep werden diverse proceshandelingen verricht, waaronder het indienen van memorie van grieven en antwoorden, verzoeken om mondelinge behandeling en aanhoudingen van het arrest wegens minnelijke oplossingen en het ontbreken van een nieuwe advocaat. Het hof stelde vast dat alle partijen arrest hadden gevraagd, hetgeen onjuist bleek.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof het verzoek van eiseres om mondelinge behandeling niet kenbaar heeft beslist, terwijl art. 87 lid 8 Rv Pro vereist dat een dergelijk verzoek slechts in uitzonderlijke gevallen mag worden afgewezen met uitdrukkelijke motivering. Het arrest wordt daarom vernietigd en de zaak verwezen naar het hof Den Haag voor verdere behandeling. Tevens wordt ARAG veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak verwezen naar het hof Den Haag voor verdere behandeling.