ECLI:NL:HR:2024:1674

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 november 2024
Publicatiedatum
15 november 2024
Zaaknummer
23/04273
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 300.1 SrArt. 408.2 SvArt. 283.3 SvArt. 283.6 SvArt. 27a Sv
Verwijzingen
11 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens niet-naleving recht op laatste woord in hoger beroep mishandeling

In deze strafzaak tegen verdachte wegens mishandeling heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep van verdachte niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroep na de wettelijke termijn was ingesteld. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep bleek uit het proces-verbaal dat verdachte niet het recht was gelaten het laatste woord te voeren, zoals vereist volgens artikel 283 lid 6 juncto Pro lid 3 Sv.

De Hoge Raad oordeelt dat het niet naleven van deze procedurele waarborg leidt tot nietigheid van het onderzoek en de daarop gebaseerde uitspraak. Dit volgt uit eerdere jurisprudentie (HR 10 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3250). De klacht van verdachte is gegrond verklaard, waardoor verdere behandeling van het cassatiemiddel achterwege blijft.

De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe berechting en beslissing in het hoger beroep, waarbij het recht op het laatste woord aan verdachte moet worden verleend.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting waarbij het recht op het laatste woord aan verdachte wordt verleend.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/04273
Datum19 november 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 november 2023, nummer 21-002553-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.F.W. van ’t Hullenaar, advocaat in Arnhem, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat de verdachte niet het recht is gelaten het laatst te spreken.
2.2.1
Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt het volgende in:
“De voorzitter stelt de identiteit van de verdachte vast op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
(...)
De voorzitter vermaant verdachte oplettend te zijn op hetgeen deze zal horen en deelt verdachte mede dat deze niet tot antwoorden verplicht is.
De voorzitter deelt mede dat om te beginnen de ontvankelijkheid van het door de verdachte ingestelde hoger beroep aan de orde zal komen.
De advocaat-generaal verzoekt verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in zijn hoger beroep, omdat dit te laat is ingesteld.
De raadsman deelt mee dat hij de mededeling uitspraak noch de akte van uitreiking heeft gezien en verzoekt om verdachte ontvankelijk te verklaren in zijn hoger beroep, indien daaruit niet mocht blijken dat in de uitgereikte stukken duidelijk is vermeld op welke datum verdachte voor welk feit tot welke straf is veroordeeld en tevens dat verdachte veertien dagen de tijd had om in hoger beroep te gaan.
De voorzitter onderbreekt de zitting voor beraad.
Na hervatting van de zitting sluit de voorzitter het onderzoek en deelt mee dat direct uitspraak, wordt gedaan.
De voorzitter spreekt het arrest uit ter openbare terechtzitting.”
2.2.2
Het hof heeft met toepassing van artikel 283 lid 6 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) zonder onderzoek in de zaak het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het beroep is ingesteld na het verstrijken van de daarvoor geldende wettelijke termijn.
2.3
Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep blijkt niet dat aan de verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het in het zesde lid in samenhang met het derde lid van artikel 283 Sv Pro gegeven voorschrift niet is nageleefd. Dat leidt tot nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak (vgl. HR 10 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3250).
2.4
De klacht is gegrond. Dat brengt mee dat bespreking van het restant van het cassatiemiddel niet nodig is.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
19 november 2024.