Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
4.Beslissing
10 december 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin het hoger beroep van verdachte niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn.
Tijdens de terechtzitting in hoger beroep bleek dat verdachte niet het recht was gelaten het laatst te spreken, zoals voorgeschreven in artikel 283 lid 6 jo Pro. lid 3 Wetboek van Strafvordering. Dit procesvoorschrift is niet nageleefd, wat leidt tot nietigheid van het onderzoek en de uitspraak.
De Hoge Raad oordeelt dat deze procedurele tekortkoming de vernietiging van het arrest rechtvaardigt en wijst de zaak terug naar het hof voor een volledige hernieuwde behandeling van het hoger beroep.
De overige cassatiemiddelen behoeven geen bespreking vanwege deze fundamentele nietigheid.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 10 december 2024.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens niet-naleving van het recht op het laatst woord.