Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Uitgangspunten in cassatie
[e-mailadres kantoor].
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning en vorderde op basis van artikel 40 Wet Pro WOZ inzage in onder meer KOUDV- en liggingsfactoren van vergelijkingsobjecten. Hoewel de heffingsambtenaar niet alle gevraagde gegevens verstrekte, oordeelde het hof dat belanghebbende onvoldoende had aangetoond dat hij dit kenbaar had gemaakt en dat hij bovendien gebruik had kunnen maken van het recht op inzage.
Het hof stelde dat de gemaakte werkafspraken tussen het kantoor van de gemachtigde en de heffingsambtenaar, waarin werd afgesproken eerst contact op te nemen bij procedurele fouten, meebrachten dat de heffingsambtenaar mocht aannemen dat aan zijn verplichtingen was voldaan. Ook als feitelijk niet volledig aan de gegevensverstrekking was voldaan, was er geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
De Hoge Raad verwierp de middelen die stelden dat het hof onbegrijpelijk had geoordeeld en bevestigde dat de werkafspraken en het niet nakomen daarvan door de gemachtigde een bijzondere omstandigheid vormden die toekenning van proceskostenvergoeding uitsloot. De overige klachten faalden eveneens. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de proceskostenvergoeding bevestigd.