ECLI:NL:HR:2024:458

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 maart 2024
Publicatiedatum
20 maart 2024
Zaaknummer
22/02570
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 284 lid 1 SrArt. 326 lid 1 SvArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak medeplegen dwang bij ondertekening en afstaan documenten

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van dwang. Het ging om het laten plaatsen van de handtekening van de aangever voor het op zijn naam zetten van een auto, en het afstaan van paspoort, rijbewijs en bankrekeningnummer ten behoeve van het afsluiten van verzekeringen.

In cassatie stelde de verdediging onder meer dat er sprake was van ontbrekende processen-verbaal van twee terechtzittingen in hoger beroep en voerde een bewijsklacht aan over de vraag of de aangever daadwerkelijk wederrechtelijk was gedwongen door geweld of bedreiging. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet konden leiden tot vernietiging van het arrest en dat het niet nodig was om de motivering te geven, omdat beantwoording van de vragen niet van belang was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep werd derhalve verworpen.

Het arrest is gewezen door de vice-president Borgers als voorzitter, en de raadsheren Röttgering en Posthumus, en uitgesproken op 26 maart 2024.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen dwang blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/02570
Datum26 maart 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 juli 2022, nummer 21-001556-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en S. van den Akker, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
26 maart 2024.