“
1. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor aangever inclusief bijlagen d.d. 10 juli 2018 (pagina 1792 e.v. map 5). voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 2]:
A: (…) Ze hebben mij onder de knie gezet. Ze hebben tegen mij gezegd dat als ik dit of dat niet doe, ze mijn botten breken. Ze weten waar mijn familie en kinderen wonen.
V: Tegen wie wil je aangifte doen?
A: Ik wil aangifte doen tegen [verdachte], ik weet de achternaam niet precies. Iets van [verdachte]
(het hof begrijpt: [verdachte])ofzo. Ik wil ook aangifte doen tegen [betrokkene 1].
V: Waarom wil je aangifte doen?
A: Ik heb een stapel met schulden die op mijn naam staan, maar het zijn hun schulden. (…) Ik heb hun kosten betaald. De auto’s bijvoorbeeld, de invorderingen van de belastingen die gaan gelijk af van mijn rekening. Zij hebben altijd gezegd we betalen alles. Ik heb het hun uit goede naam gegeven. (…) Mijn moeder is mijn eigen boekhouder en zag dat er allemaal dingen open stonden. Zij zag dat de auto’s niet verzekerd waren en dat er allemaal boetes waren. Snelheidsboetes op plekken waar ik niet geweest ben. (…) Zij reden de auto’s, niet ik. (…) Zij hebben achter mijn rug ook verzekeringen voor auto’s afgesloten. Als eentje niet betaald werd en dan werd vervolgens de verzekering afgesloten werd, sloten zij een nieuwe verzekering af op mijn naam. Ze hebben kopieën van mijn paspoort en rijbewijs. (…) Ik ben ook weleens geslagen. Ik ben bang voor hem, voor [betrokkene 1]. Hij is een agressief persoon. Als ik iets verkeerd doe, dan wordt hij best wel fel in een keer. Ik moet wel uitkijken. Als ik mijn telefoon bijvoorbeeld niet opneem, dan wordt hij ook boos. Hij is best wel slim, hij weet zo op je in te praten dat je dingen voor hem doet. (…) Zij hebben mij gewoon verneukt. Leuk bijvoorbeeld de auto meegeven aan mij om mijn kinderen op te halen, maar achteraf met al die dingen hebben zij mij gewoon verneukt. Zij staan zo boven mij en ik ben helemaal hier onder (…).
V: Wanneer is dit allemaal begonnen?
A: In juli 2017. Ik kwam daar als klant in de shisha lounge, de [zaak] in Hoogezand. Ik maakte toen kennis met [verdachte]. (…) Ik vertelde toen dat ik in een echtscheiding zat en in een onzekere periode. Ik had geen werk en wel schulden. (…) [verdachte] gaf toen aan dat ze wel een auto voor mij konden regelen en dat ik daar wel kon schoonmaken. (…) De intentie van mij was om daar te werken, en mijn leven weer een beetje op te pakken. (…) Ze hadden dingen beloofd, die dingen die ik voor mijn toekomst wilde. Ik had een doel, mijn leven weer oppakken. Ik zou dan beginnen met het lichtste werk om dan steeds een stapje hoger te kunnen. Als ik niet ging werken dan kon ik mijn doel niet behalen. Zij wisten dat ik wilde werken.
A: Er was een verandering op een gegeven moment. Ze waren aan het begin lief, maar na een tijd ging dat veranderen. (…) Ik werd gehaald en gebracht door [verdachte] of [betrokkene 1]. (…) Af en toe mocht ik de auto van [betrokkene 1] of [verdachte] lenen. (…) Maar af en toe mocht ik de auto niet gebruiken, dan moesten ze iets anders met de auto doen. (…)
V: Wat voor afspraken werden er dan gemaakt?
A: De afspraken over het schoonmaken heb ik gemaakt met [verdachte]. (…) [verdachte] krijgt de opdrachten van [betrokkene 1]. Wat [verdachte] zegt dat moet gebeuren en als dat niet gebeurt dan komt [betrokkene 1]. En dan is het altijd twee tegen een en ik kan niet tegen twee op.
V: Wat voor gevoel kreeg je hierbij?
A: Ik kreeg het gevoel dat ik een schop na kreeg. Ik hielp hun maar ik kreeg een schop na. Ik voelde me echt ellendig. Ik heb een hele benauwde situatie achter de rug. En dan komen al die schulden er ook nog overheen. Die achter mijn rug zijn gemaakt. Ik voelde me echt onderdrukt. Ik kon geen nee zeggen. Ik kon niet vanuit mezelf daar weggaan. Ze hebben mij op verschillende manieren kunnen overtuigen om daar te blijven werken. [verdachte] komt heel netjes over, weet precies wat hij zegt. Ik ging er dan ook vanuit dat hij de waarheid sprak, maar niet dus. [betrokkene 1] was meer op de achtergrond, en vertelde [verdachte] wat hij moest doen. (…) Ik kreeg alleen instructies van [verdachte]. Als ik dat niet deed dan kreeg ik de gevolgen. (…) Ik kreeg dan klappen in het gezicht. Ik heb weleens een bloedneus er aan overgehouden. Ik had angst voor [betrokkene 1]. Als [betrokkene 1] mij dan ophaalde met de auto dan kreeg ik met de vlakke hand een klap in het gezicht. Hij vertelde mij dan wat ik fout heb gedaan. (…) [verdachte] en hij waren altijd samen. Ook bijvoorbeeld als ik geen Abi zei achter de naam van [betrokkene 1], dan kreeg ik al een tik. Abi betekent broer. Uit respect moet ik dat dan altijd zeggen. Ik ben gewoon bang voor [betrokkene 1]. (…) [betrokkene 1] heeft mij een paar keer geslagen. Ik was dan ook bang als er niks was en [betrokkene 1] kwam binnen in de lounge en groette dan, ook dan was ik bang dat er weer wat zou gaan gebeuren. Dus daarom durfde ik geen nee te zeggen tegen de opdrachten die ik van [verdachte] kreeg. Ik zat er heel diep in. (…)
A: (…) Ik werd ook bedreigd door [verdachte] en [betrokkene 1], ze zeiden bijvoorbeeld dat ze weten waar ik woon.
A: Die schulden komen door [verdachte]. Zij vertelden mij dat ze dat allemaal wel zouden betalen maar ze hebben nooit betaald. (…) In totaal is die schuld 25.000 euro geworden. (…)
A: [verdachte] was mijn “boekhouder”. Ik moest de enveloppen/post op mijn naam aan [verdachte] geven en dat zou hij dan wel voor mij gaan regelen. (…)
V: Hoe is het gegaan met het op jouw naam zetten van de auto’s?
A: [betrokkene 1] heeft mij een keer geslagen. Dit ging toen over dat ik [verdachte] had beledigd ofzo. Ik kreeg toen een pak slaag van [betrokkene 1]. [betrokkene 1] heeft mij toen onderdrukt. Hij zei tegen mij dat ik een auto op mijn naam moest zetten. [verdachte] zei wel dat zij voor de kosten op zouden draaien. Zij rijden in de auto’s, ik niet. (…)
V: Hoe gaat het dan met het overzetten op jouw naam?
A: [betrokkene 1] en ik gaan dan naar het postkantoor in Hoogezand. (…) [betrokkene 1] gaat mee naar binnen en dan moet ik een handtekening zetten, [betrokkene 1] betaalde 10 euro voor het overschrijven van de auto. Dan staat het op mijn naam. Door [betrokkene 1] wordt beloofd dat alles betaald wordt voor die auto. (…) Ik zocht hier niets achter. (…) Ik bracht dan de post van deze auto op mijn naam naar [verdachte] en die zou dat regelen, maar later kwamen mijn moeder en ik er achter dat er niks betaald werd. (…)
A: (…) [verdachte] heeft mij een keer gevraagd om mijn paspoort en rijbewijs en bankrekening te geven. Hier heeft hij kopieën van gemaakt. Ik heb ook weleens zelf een kopie gegeven. Ik heb dat aan hem gegeven met de intentie dat hij er geen misbruik van zou maken. Alle verzekeringen voor alle auto’s heb ik niet afgesloten, maar dat heeft [verdachte] gedaan.
V: Welke auto’s heb je nog meer op jouw naam gehad?
A: Een Seat Altea, met kenteken [kenteken 4]. (…) Dit was hooguit een maand. (…) Ik was er niet bij toen deze auto op mijn naam overgeschreven werd. Ik weet niet hoe [verdachte] dat gedaan heeft. Ik weet alleen dat [verdachte] een botsing heeft gehad met deze auto en dat ik een brief gekregen heb met iets van aansprakelijkheid daarover.
V: Wie maakte gebruik van deze auto?
A: Alleen [verdachte]. [verdachte] had deze auto voor zichzelf, en [betrokkene 1] had toen ook een auto voor zichzelf, dit was een Volkswagen Passat. Ik had geen vervoer. Ik werd naar de lounge gebracht en gehaald door [verdachte] of [betrokkene 1].
V: Wie had de beschikking over de sleutels van deze auto?
A: [verdachte]. Ik heb nooit de beschikking over enige sleutels van auto’s die op mijn naam staan of hebben gestaan. Alleen de keren dat ik een auto mocht lenen om mijn kinderen op te halen, heb ik de sleutels gehad.
[…]
A: Voor al deze auto’s zijn ook verkeersboetes binnengekomen. Dat is heel wat. (…)
V: Welke afspraken zijn er gemaakt met betrekking tot het op naam zetten van de auto’s?
A: Ik mocht die auto’s wel eens lenen voor mijn kinderen, maar voor de rest niet. Ik had verder geen keuze, ik kreeg er verder niks voor terug. Op dat moment wist ik ook niets van de boetes enz. Er is pas op het laatste moment naar boven gekomen dat er niks betaald is. (…)
V: hoe vaak ben je geslagen door [betrokkene 1]?
A: Af en toe werd ik geslagen. (…) Ik denk dat ik in de periode dat ik bij de Lounge heb gewerkt had, ongeveer 4 keer geslagen ben. Eerst was er een positieve vibe, maar daarna niet meer. (…) Ze gingen me steeds meer opeisen. Ik voelde me een slaafje van hun. (…) Omdat ik op [verdachte] schold heeft [betrokkene 1] me later geslagen. Vanaf dat moment was het niet echt meer vriendelijk en leuk. (…) In mijn hoofd word ik dan angstig en heb ik vrees. (…) [verdachte] heeft mij wel bedreigd. (…) [verdachte] en [betrokkene 1] kwamen binnen en ik was vergeten het kopje op te ruimen. (…) Ik ging een beetje in tegen [verdachte], omdat ik vond dat ik als slaafje behandeld werd. Vervolgens moest ik naar achteren toe in de Lounge samen met [betrokkene 1]. Ik moest daar verantwoording afleggen. Ik kreeg toen van [betrokkene 1] een klap met de vlakke hand. Ik moest respect hebben voor [verdachte] en mocht niet zo reageren. (…)
V: Had je ook letsel?
A: Ik had een keer een bloedneus. Het heeft pijn gedaan. (…)
V: Hoe zijn de onderliggende verhoudingen tussen [verdachte] en [betrokkene 1]?
A: Ze werken samen. Ze zijn geen familie van elkaar maar trekken wel elke dag samen op.