Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
De datum waarop het verzuim is ingetreden
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
12 april 2024.
Hoge Raad
In deze zaak ging het om de vraag wanneer het verzuim van de verkoper intreedt bij de niet-nakoming van een koopovereenkomst van een bedrijventerrein met loods. De verkopers hadden het perceel verkocht aan eiser, maar betwistten dat de loods onderdeel van de koop was. Na onderhandelingen en een brief van de verkoper waarin werd bevestigd af te zien van levering, stelde eiser dat het verzuim was ingetreden. Het hof oordeelde dat het verzuim pas op 3 februari 2017 was ingetreden, omdat eiser na de mededeling van de verkoper nog een aanbod verlengde en een ingebrekestelling stuurde.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en oordeelde dat het verzuim van rechtswege intreedt zodra de schuldeiser uit een duidelijke mededeling van de schuldenaar moet afleiden dat deze tekortschiet, zonder dat de schuldeiser dit expliciet hoeft te bevestigen. Het feit dat eiser de verkoper nog gelegenheid bood om alsnog na te komen, betekent niet dat hij afstand deed van zijn recht op verzuim of dit recht verwerkte.
De zaak werd verwezen naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling. De Hoge Raad veroordeelde de verkopers tevens in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug naar het gerechtshof.