Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
19 april 2024.
Hoge Raad
In deze zaak heeft eiser cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarin het hof een geschil behandelde over verjaring en de aansprakelijkheid van een voormalige vennoot van een vennootschap onder firma. De Hoge Raad verwijst in zijn arrest naar eerdere rechtspraak, waaronder zijn arrest van 17 juli 2020 (ECLI:NL:HR:2020:1315), en het arrest van het hof van 31 januari 2023.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep moet worden verworpen. De Hoge Raad heeft de klachten van eiser beoordeeld, maar acht deze niet voldoende om het arrest van het hof te vernietigen. Daarbij is het niet nodig om inhoudelijk in te gaan op de rechtsvragen, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bedoeld in artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en eiser veroordeeld in de kosten van het geding, die aan de zijde van verweerder op nihil zijn begroot. Verweerder is niet verschenen in cassatie. Het arrest is gewezen door de raadsheren Tanja-van den Broek, Sieburgh en Teuben, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Lock op 19 april 2024.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding.