Uitspraak
1.Geding in cassatie
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Belanghebbende stelde cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over de heffing van inkomstenbelasting in box 3 over het jaar 2019. De kern van het geschil betrof de vraag of de belastingheffing mocht worden gebaseerd op het nominale rendement, zonder correctie voor inflatie, en of belanghebbende recht had op rentevergoeding over te veel betaalde belasting.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof dat het de wetgever vrijstaat om het nominale rendement als grondslag te hanteren en dat het tarief van 30 procent over dit rendement niet in strijd is met het EVRM. Daarnaast werd het verzoek om rentevergoeding afgewezen, waarbij het Hof had overwogen dat het rechtsherstel via de aangepaste aanslag voldoende is.
Het incidentele beroep van de Staatssecretaris, gericht op de rentevergoeding, werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang. De Hoge Raad zag geen aanleiding tot veroordeling in proceskosten en wees het cassatieberoep af, waarmee de uitspraak van het Hof definitief bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het incidentele beroep van de Staatssecretaris niet-ontvankelijk.