Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 15 januari 2025
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
€ 54.965, € 54.965 en € 54.965 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van
€ 5.913 respectievelijk € 5.773 en € 5.542.
Feiten
€ 56.013 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 1.188. Hierbij is een ‘aftrek elders belast inkomen’ ten bedrage van € 368 verleend waardoor de verschuldigde belasting over het inkomen uit sparen en beleggen nihil bedraagt.
Oordeel van de Rechtbank
Geschil
9 juli 2019, 5 december 2019 en 6 juli 2020. De bezwaren, die op 8 februari 2022 door verweerder zijn ontvangen, zijn dan ook niet voor het einde van de termijn door verweerder ontvangen. Verweerder heeft de bezwaren dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Geschil in hoger beroep en conclusies van partijen
Beoordeling van het hoger beroep
Proceskosten
Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, maar uitsluitend voor zover het de afwijzingen van de verzoeken om herziening van de voorlopige aanslagen IB/PVV voor de jaren 2020 en 2021 betreft;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar voor de jaren 2020 en 2021 voor zover deze betrekking hebben op de afwijzingen van de verzoeken om herziening van de voorlopige aanslagen IB/PVV voor de jaren 2020 en 2021;
- vermindert de voorlopige aanslag IB/PVV 2020 tot een naar een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van nihil, onder handhaving van de overige elementen van de aanslag;
- vermindert de voorlopige aanslag IB/PVV 2021 tot een naar een belastbaar inkomen uit werk en woning met een aftrek elders belast inkomen van € 617, onder handhaving van de overige elementen van de aanslag;
- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 4.546,16, en
- gelast de Inspecteur aan belanghebbende het betaalde griffierecht van € 236 te vergoeden.