Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
Inleiding
ex anteen
in abstracto) vloeit echter wel een zekere door de rechter te betrachten terughoudendheid (
judicial restraint) voort, ook al gaat het bij de constitutionele toetsing
in concretoen
ex postdoor de rechter ingevolge art. 101 Staatsregeling Pro om de praktische implementatie en toepassing van de formele wet in een individueel geval en kan deze toetsing niet leiden tot ongeldigverklaring van de formele wet maar enkel tot het buiten toepassing laten in dat individuele geval. De rechter heeft in het bijzonder terughoudendheid te betrachten waar het gaat om open en multi-interpretabele normen. De mate van terughoudendheid kan variëren, afhankelijk van de omstandigheden en de aard en onderwerp van het geschil. Met het uitgangspunt van gepaste rechterlijke terughoudendheid bij het toetsen van mede door de Staten vastgestelde landsverordeningen – die daardoor een rechtstreekse democratische legitimatie hebben – is verwant het beginsel van het vermoeden van grondwettigheid (
presumption of constitutionality). Dat een landsverordening niet verenigbaar is met de Staatsregeling zal derhalve duidelijk moeten zijn aangetoond, wil de rechter tot de conclusie kunnen komen dat sprake is van onverenigbaarheid. (rov. 2.36)
separate but equal’). (rov. 2.52 en 2.53)
Staatsregeling van Curaçaobuiten toepassing (…) blijven.
3.Beoordeling van het middel in het principale beroep
,met inachtneming van de aard van het rechtsgebied waar de vraag rijst, het belang dat aan de belanghebbende in kwestie direct een effectieve bescherming kan worden geboden af te wegen tegen het belang dat de rechter zich in de gegeven staatsrechtelijke verhoudingen terughoudend opstelt bij het ingrijpen in een wettelijke regeling.
4.Beslissing
12 juli 2024.