ECLI:NL:HR:2024:998

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juli 2024
Publicatiedatum
28 juni 2024
Zaaknummer
22/04915
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 312.1 SrArt. 312.2.2 SrArt. 420bis.1 SrArt. 6 lid 1 EVRMArt. 339.2 Sv
Verwijzingen
8 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatie over medeplegen diefstal met geweld en eenvoudig witwassen met strafvermindering wegens termijnoverschrijding

De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam dat hem veroordeelde voor medeplegen van diefstal met geweld in een supermarkt en eenvoudig witwassen. De verdediging voerde meerdere middelen aan, waaronder bewijs- en kwalificatieklachten.

De Hoge Raad oordeelde dat de selectie en waardering van bewijsmateriaal, zoals historische telefoongegevens en de interpretatie daarvan, voorbehouden zijn aan de feitenrechter en dat het hof zijn conclusies begrijpelijk heeft gemotiveerd. De klacht over een verkeerde kwalificatie van witwassen werd eveneens verworpen, omdat het hof terecht het eenvoudig witwassen toepaste zonder de noodzaak van handelingen gericht op verbergen van criminele herkomst.

Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden door te late aanlevering van stukken door het hof. Dit leidde tot vernietiging van het deel van het arrest betreffende de strafoplegging en vermindering van de gevangenisstraf van drie jaar naar twee jaar en elf maanden. Het overige cassatieberoep werd verworpen.

Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot twee jaar en elf maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn; overige veroordelingen blijven gehandhaafd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/04915
Datum9 juli 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 20 december 2022, nummer 23-002129-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.J. van der Woude, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde straf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van het medeplegen van diefstal met (bedreiging met) geweld.
2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2 en 3.

3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof het onder 3 bewezenverklaarde feit ten onrechte heeft gekwalificeerd als witwassen.
3.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4.

4.Beoordeling van het derde cassatiemiddel

4.1
Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.
4.2
Het cassatiemiddel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van drie jaren.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze twee jaren en elf maanden beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 juli 2024.