Conclusie
“medeplichtigheid aan/tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg, door twee of meer verenigde personen”veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 227 dagen, met aftrek van voorarrest, en een taakstraf van vijftig uur, subsidiair 25 dagen hechtenis. Daarnaast heeft het hof een, niet voor het cassatieberoep relevante, beslissing genomen over de vordering van de benadeelde partij.
“De zwarte Polo stond met de koplampen aan richting mij toen ik aan kwam rijden. De rode Fiat stond in het parkeervak achterin. Ik stopte een stukje voor de zwarte Polo. De lichten van de Polo stonden gericht naar de ingang van de parkeerplaats.” [2] Getuige [getuige 1] , die met zijn vriendin [getuige 2] in de rode Fiat op de parkeerplaats zat, heeft verklaard dat naast hen op een gegeven moment een donkerkleurige VW Polo was komen staan.
“Hij zag dat na enige tijd deze Polo verplaatste en in de buurt van de uitgang van de parkeerplaats ging staan. Kort hierop zag hij de witte bestelbus van, naar later bleek de lachgasverkoper, aan komen rijden en stoppen bij de Polo.” [3] Zijn vriendin, [getuige 2] , heeft beschreven hoe een andere auto (de VW Polo) de parkeerplaats kwam oprijden.
“Die parkeerde een eindje van ons vandaan. Er kwam een wit busje aan. Toen reed de auto een stukje naar achteren.” [4] In een door haar bij de rechter-commissaris getekende situatieschets heeft [getuige 2] de VW Polo ter hoogte van de achterkant van de bus van de lachgasverkoper gepositioneerd, met de neus richting de zijde van het parkeerterrein waar zich de in- en uitgang bevond. [5]
het momentwaarop de verdachte de VW Polo heeft verplaatst, berust m.i. op een verkeerde lezing van het arrest. Uit de bewijsvoering blijkt immers dat het hof heeft vastgesteld dat de verdachte, nádat de lachgasverkoper met zijn bestelbus de parkeerplaats was opgereden, de VW Polo een stukje heeft verplaatst/geherpositioneerd zodat deze achter de bestelbus stond. Dat getuige [getuige 1] daarnaast heeft verklaard dat hij de VW Polo heeft zien verplaatsen vóórdat de lachgasverkoper was gearriveerd, maakt dat niet anders. Anders dan de steller van het middel, acht ik ’s hofs bewijsvoering dan ook niet tegenstrijdig en/of onbegrijpelijk.
“De zwarte Polo is op enig moment nog verplaatst. Dichterbij aan de achterkant van mijn bus zodat ze het konden inladen”. De verklaring van getuige [getuige 1] – door verbalisant [verbalisant 3] weergegeven in zijn proces-verbaal van bevindingen – houdt in dat verband in:
“Vervolgens zag hij dat iedereen in de Polo stapte en dat deze vervolgens hard weg reed.”
“Ik denk om iets makkelijk uit het busje kunnen uitladen en weg te rijden.”Naar het mij voorkomt verklaart [getuige 2] hier over de intenties van de verdachten. Intenties kan een getuige slechts afleiden, niet waarnemen. Afleidingen en gevolgtrekkingen zijn in beginsel voorbehouden aan de rechter. Het hof mocht van de aarzelingen over de intenties van de verdachten voor het bewijs dan ook geen gebruik maken.
“Ik bestuurde de Volkswagen Polo omdat ik een rijbewijs had.”
enigewas met een rijbewijs, staat op grond van de bewijsvoering vast dat de verdachte kort na de overval als bestuurder van de VW Polo is aangehouden, terwijl in die auto (onder meer) de gestolen lachgasflessen zijn aangetroffen. [13] Tegen deze achtergrond ontgaat mij het belang dat de steller van het middel met deze klacht voor ogen staat. Dat het hof op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang beschouwd, tot het oordeel is gekomen dat de verdachte de auto moest besturen waarmee de dadergroep met de buit zou vluchten, acht ik overigens ook niet onbegrijpelijk.