Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
geborgen. De zoveelste onwaarheid die [verbalisant 1] relateert op ambtseed.
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
16 september 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin verdachte werd veroordeeld voor wederspannigheid op grond van artikel 180 Sr Pro. De tenlastelegging betrof het verzet tegen een politieambtenaar die de verdachte staande hield wegens rijden zonder rijbewijs en rijontzegging.
De verdediging voerde aan dat de verbalisant niet in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening had gehandeld, omdat hij in strijd met de ambtsinstructie geweld had gebruikt, waaronder het hanteren van een vuurwapen en het toedienen van vuistslagen, zonder dat aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit was voldaan. Het hof verwierp dit verweer en bevestigde de bewezenverklaring.
De Hoge Raad herhaalt de relevante jurisprudentie over het bestanddeel 'werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening' en stelt dat een ernstige normschending, zoals het overschrijden van subsidiariteit en proportionaliteit, aan bewezenverklaring in de weg kan staan. Het hof heeft miskend dat het niet voldoen aan deze eisen de bewezenverklaring kan verhinderen, ongeacht of er sprake is van vormverzuim volgens artikel 359a Sv.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Den Haag voor een nieuwe beoordeling en afdoening. De uitspraak benadrukt het belang van het beschermen van openbaar gezag en de noodzaak om ernstige normschendingen bij ambtenarenoptreden zorgvuldig te toetsen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van de rechtmatigheid van het politieoptreden.