ECLI:NL:HR:2025:131

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 januari 2025
Publicatiedatum
24 januari 2025
Zaaknummer
23/01781
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Artikel 81 RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 163 lid 6 WVW 1994Art. 123b WVW 1994Art. 47 Handvest EUArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
6 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep in cassatie inzake weigering bloedonderzoek en recidiveregeling

In deze strafzaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 april 2023. Het geschil betrof onder meer de weigering van bloedonderzoek op grond van artikel 163, lid 6, van de Wegenverkeerswet 1994 en de toepassing van de recidiveregeling zoals neergelegd in artikel 123b van dezelfde wet.

De verdediging voerde onder meer aan dat de recidiveregeling in strijd zou zijn met artikel 47 van Pro het Handvest van de Europese Unie, wat betrekking heeft op het recht op een eerlijk proces. De advocaat-generaal adviseerde de Hoge Raad om het beroep te verwerpen.

De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. Daarbij is overwogen dat het niet noodzakelijk is om de vragen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht te beantwoorden, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft het beroep van de verdachte verworpen en het arrest van het gerechtshof in stand gelaten. Dit arrest is gewezen door de vice-president Borgers als voorzitter en de raadsheren Buruma en van Strien, en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 28 januari 2025.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/01781
Datum28 januari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 april 2023, nummer 21-003471-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.E.J. Torny, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
28 januari 2025.