ECLI:NL:HR:2025:1574

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 oktober 2025
Publicatiedatum
16 oktober 2025
Zaaknummer
24/02768
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:2 lid 1 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt uitspraak over aanslag inkomstenbelasting 2018 wegens schending hoorplicht

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag inzake de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2018, inclusief de beschikking over belastingrente.

De Hoge Raad oordeelde dat de uitspraak van het Hof niet in stand kan blijven vanwege schending van de hoorplicht, zoals nader toegelicht in een gelijktijdig arrest (ECLI:NL:HR:2025:1473). Hierdoor vernietigde de Hoge Raad zowel het arrest van het Hof als de uitspraak van de Rechtbank en de Inspecteur.

De Hoge Raad droeg de Inspecteur op om met inachtneming van het arrest opnieuw uitspraak te doen op het bezwaar van belanghebbende. Tevens werd bepaald dat de Staatssecretaris van Financiën aan belanghebbende het betaalde griffierecht voor de cassatieprocedure en eerdere procedures bij Hof en Rechtbank moet vergoeden.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 17 oktober 2025.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is gegrond verklaard, eerdere uitspraken zijn vernietigd en de Inspecteur moet opnieuw uitspraak doen met inachtneming van het arrest.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer24/02768
Datum17 oktober 2025
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 4 juni 2024, nr. BK-23/1077 [1] , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 22/5009) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2018 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door [A], heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De uitspraak van het Hof kan niet in stand blijven op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 24/02722, ECLI:NL:HR:2025:1473.

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- verklaart het beroep in cassatie gegrond,
- vernietigt de uitspraak van het Hof, de uitspraak van de Rechtbank en de uitspraak van de Inspecteur,
- draagt de Inspecteur op om met inachtneming van dit arrest opnieuw uitspraak te doen op het bezwaar van belanghebbende,
- draagt de Staatssecretaris van Financiën op aan belanghebbende te vergoeden het griffierecht dat belanghebbende voor de behandeling van het beroep in cassatie heeft betaald van € 138, en
- draagt de Inspecteur op aan belanghebbende te vergoeden het bij het Hof betaalde griffierecht ter zake van de behandeling van de zaak voor het Hof van € 136 en het bij de Rechtbank betaalde griffierecht ter zake van de behandeling van de zaak voor de Rechtbank van € 50.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, de raadsheren M.T. Boerlage en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.A.J. Lafleur, en in het openbaar uitgesproken op 17 oktober 2025.