ECLI:NL:HR:2025:1906
Hoge Raad
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen leden Hoge Raad in belastingzaken
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de leden van de Hoge Raad J.A.R. van Eijsden, A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, die betrokken waren bij haar cassatiezaken in belastingzaken. Het verzoek werd ingediend na mededeling van de samenstelling van de kamer en de aankondiging van de uitspraak.
De wraking werd onder meer gebaseerd op het niet tijdig publiceren van nevenfuncties van één van de raadsheren, vermeende onvoldoende distantie van andere raadsheren vanwege eerdere functies, en de stelling dat de beslissing al genomen zou zijn voordat verzoekster haar gronden kon kenbaar maken. De Advocaat-Generaal concludeerde tot afwijzing van het verzoek.
De Hoge Raad oordeelde dat de nevenfuncties inmiddels zijn gepubliceerd en dat het ontbreken daarvan geen aanwijzing voor vooringenomenheid oplevert. De eerdere functies van de raadsheren rechtvaardigen geen vermoeden van partijdigheid. Ook de aankondiging van de uitspraak en het niet kunnen aanvullen van gronden vormen geen grond voor wraking. Het verzoek werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de drie leden van de Hoge Raad is afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.