ECLI:NL:HR:2025:1955
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over proceskosten en griffierecht in WOZ-zaak
Belanghebbende heeft in hoger beroep en cassatie geprocedeerd tegen een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ), een aanslag onroerendezaakbelasting en een aanslag watersysteemheffing over 2020. De zaak betrof een geschil met het dagelijks bestuur van de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van belanghebbende gegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Den Haag vernietigd voor zover het ging om de toewijzing van griffierecht en proceskosten. De Hoge Raad heeft het dagelijks bestuur en de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten voor zowel de rechtbank, het hof als de cassatieprocedure.
De vergoeding van proceskosten is vastgesteld op basis van het aantal proceshandelingen, het gewicht van de zaak en de geldende waarde per punt, resulterend in een totaal van € 1.814 voor zowel rechtbank als hof, en een derde van € 6.123 voor de cassatie. De Hoge Raad verwijst naar een gelijktijdig gewezen arrest (ECLI:NL:HR:2025:1823) ter onderbouwing van de beslissing.
Het arrest is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren en betreft een belangrijke uitspraak over de vergoeding van proceskosten in bestuursrechtelijke belastingzaken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard en belanghebbende krijgt vergoeding van griffierecht en proceskosten toegekend.