ECLI:NL:GHDHA:2023:1985
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning op basis van eigen verkoopcijfer en afwijzing schending hoorplicht
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning die voor het kalenderjaar 2020 een WOZ-waarde van €463.000 kreeg toegekend door de Heffingsambtenaar, gebaseerd op de koopsom van €450.000 uit 2018. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze waarde, stellende dat deze te hoog was vanwege verborgen gebreken en dat de hoorplicht en toezendplicht waren geschonden.
De Rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het verkoopcijfer dicht bij de waardepeildatum ligt en als uitgangspunt geldt, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt. Belanghebbende slaagde hier niet in. Ook werd geoordeeld dat de Heffingsambtenaar de hoorplicht niet had geschonden, omdat belanghebbende na toezending van het taxatieverslag geen inhoudelijke reactie gaf.
In hoger beroep bevestigde het Gerechtshof deze oordelen. Het hof stelde vast dat de Heffingsambtenaar de waarde terecht had vastgesteld op basis van het eigen verkoopcijfer, dat de hoorplicht niet was geschonden, en dat de toezendplicht slechts beperkt was geschonden zonder aanleiding tot proceskostenvergoeding. De algemene beginselen van behoorlijk bestuur waren niet geschonden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning bevestigd op basis van het eigen verkoopcijfer.