ECLI:NL:HR:2025:214

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 februari 2025
Publicatiedatum
10 februari 2025
Zaaknummer
23/01487
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 11b OpiumwetArt. 140.1 SrArt. 420bis.1.b SrArt. 2.C Opiumwet
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak deelname criminele organisatie en medeplegen witwassen en drugsvast bezit

De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie, medeplegen van witwassen, het bezit van cocaïne en heroïne, en het medeplegen van het bezit van vuurwapens en munitie. Het hof legde een gevangenisstraf van 7 jaar en 6 maanden en een geldboete van €100.000 op, alsmede verbeurdverklaring van diverse goederen.

In cassatie werden meerdere klachten ingediend, waaronder over de bewijsvoering van deelname aan de criminele organisatie, het horen van getuigen, de bewijsklachten omtrent witwassen, medeplegen van bezit van vuurwapens en harddrugs, en de strafmotivering. Ook werd aangevoerd dat het hof had moeten beslissen over een verzoek tot getuigenverhoor dat tijdens de inhoudelijke behandeling in hoger beroep was herhaald.

De Hoge Raad oordeelde dat geen van de klachten aanleiding gaf tot vernietiging van het arrest. Het hof had terecht de bewijsvoering beoordeeld en de straf gemotiveerd. De Hoge Raad hoefde geen inhoudelijke motivering te geven omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de straf van 7 jaar en 6 maanden gevangenisstraf en een geldboete van €100.000.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/01487
Datum18 februari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 12 april 2023, nummer 23-001992-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat in Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
18 februari 2025.