Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Bewezenverklaring
Zaak A
3.Het eerste middel
5. Inleiding
8.Beoordeling van het bewijs
AMS 13 x 23750 = 308750. Het bedrag € 23.750,00 past ook zeer goed bij de kiloprijs van cocaïne.
[medeverdachte 2]met nummer [telefoonnummer 4] ;
[medeverdachte 3]met nummer [telefoonnummer 5] ;
[medeverdachte 5]met nummer [telefoonnummer 6] en
[medeverdachte 7]met nummer [telefoonnummer 7]
[betrokkene 1]. Zij is geïdentificeerd als de (toenmalige) vriendin van [medeverdachte 4] .
[medeverdachte 1]had.
[medeverdachte 3]had. En ook [medeverdachte 5] had een andere bijnaam, namelijk
[medeverdachte 5].
[verdachte]. Deze bijnaam gebruikte [verdachte] ook als profielnaam voor WhatsApp en in het e-mailadres [verdachte] @gmail.com.
[medeverdachte 4]of
[medeverdachte 4]. In de iPhone van [medeverdachte 7] stonden immers telefoonnummers van [medeverdachte 4] opgeslagen als
[medeverdachte 4]en
[medeverdachte 4].
Hoeveel papier had je ven ons liggen?"), waarvan een deel luidt:
Jawel en Ondertussen Gaan we die systeem van [verdachte] bouwen in belgie of duitsland en Gaan we blokken sturen naar australie".
Hoeveel papier had je van ons liggen?") heeft verstuurd (gebeurtenis 14).
4.Het tweede en derde middel
5.Het vierde middel
8.17 Witwassen geldbedragen, een voertuig en horloges (feit 3 van zaak A)
concreteverwijzing naar zijn inkomen uit arbeid gesteld dat de contante bedragen waarmee hij betalingen had gedaan een legale herkomst hadden en had hij een salarisstrook overgelegd. In de onderhavige zaak is er geen enkele aanwijzing dat de verdachte enig legaal inkomen had. Sterker nog, in het kader van zijn deelname aan een criminele organisatie werd hem uit hoofde van een fictief dienstverband ‘loon’ uitgekeerd. Tegen deze achtergrond kon en mocht het hof oordelen dat de verdachte geen concrete, min of meer verifieerbare en niet bij voorbaat hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft afgelegd over de herkomst van de bij hem aangetroffen gelden.
6.Het vijfde en zesde middel
8.15 Goederen aan de [c-staat 1] (feiten 1, 2 en 3 van zaak B)
7.Het zevende middel
10.1 Overweging met betrekking tot de kwalificatie-uitsluitingsgrond
automatischook schuldig maakt aan het witwassen van die voorwerpen. Met deze uitsluitingsgrond wordt bevorderd dat in zo’n geval het door de verdachte begane grondmisdrijf, dat in de regel nader is omschreven in een van specifieke bestanddelen voorziene strafbepaling, in de vervolging centraal staat.
kan wordenmaar niet automatisch
wordtgepleegd.
automatischedubbele strafbaarheid. Die situatie doet zich voor als het verwerven en voorhanden hebben van het voorwerp het
vanzelfsprekendegevolg is van het begane misdrijf. Het aanwezig hebben van voorwerpen die een criminele herkomst hebben kan niet als een handeling worden beschouwd die in de deelname aan een criminele organisatie automatisch besloten ligt en vloeit daaruit ook niet noodzakelijkerwijs voort. [25]
ground zerovan het voltooide grondmisdrijf staat (in dit geval de oplichting) geen beroep op de kwalificatie-uitsluitingsgrond toekomt.
8.Het achtste middel
12. Oplegging van straffen
batenvan het strafbare feit (art. 33a lid 1 sub a Sr). [34]