Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
18 februari 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over poging tot doodslag en openlijke geweldpleging in vereniging. De verdachte werd veroordeeld voor het maken van zwaaiende en stekende bewegingen met een mes richting het slachtoffer, zowel voor als na diens vluchtpoging op een bromfiets.
Het hof had het beroep op (putatief) noodweer en noodweerexces verworpen omdat de verdachte na een klap met een boksbeugel de confrontatie had gezocht en bleef zoeken. De Hoge Raad stelt dat het oordeel van het hof over het eerste deel van de confrontatie niet zonder meer begrijpelijk is, omdat de mesaanvallen direct volgden op een harde klap van het slachtoffer en er sprake was van wederzijds geweld.
Voor het tweede deel van de confrontatie, na de vluchtpoging van het slachtoffer, is het oordeel van het hof dat de gedragingen van de verdachte aanvallend waren, toereikend gemotiveerd. De Hoge Raad vernietigt daarom alleen het deel van het arrest dat betrekking heeft op het eerste deel van de confrontatie en de strafoplegging, en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling. Het overige beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt gedeeltelijk vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van het eerste deel van de confrontatie en de strafoplegging.