ECLI:NL:HR:2025:478
Hoge Raad
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen leden Hoge Raad in belastingzaak
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen drie leden van de Hoge Raad die een cassatiezaak in belastingrecht behandelen. Verzoeker baseert zijn verzoek op het verleden van de raadsheren, die onder meer werkzaam zijn geweest bij gerechtshoven waartegen hij aangifte heeft gedaan, en bij het Ministerie van Financiën, een partij in de hoofdzaak.
De Hoge Raad overweegt dat rechters uit hoofde van hun aanstelling worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid opleveren. De omstandigheden die verzoeker aanvoert, betreffen functies uit het verleden en rechtvaardigen volgens de Hoge Raad geen conclusie van vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor.
Na mondelinge behandeling en zonder conclusie van de advocaat-generaal wijst de Hoge Raad het wrakingsverzoek af. De beslissing is in het openbaar uitgesproken door de vicepresident en twee raadsheren, waarbij het verzoek niet ontvankelijk werd verklaard.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de drie leden van de Hoge Raad wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.