Conclusie
1.Feiten
2.Procesverloop
In eerste aanleg
3.Bespreking van het cassatiemiddel in het principale cassatieberoep
met dien verstande dat de opeisbaarheid wordt opgeschort zo lang als de huurder zich houdt aan de volgende verplichtingen”, waarna nog enkele veroordelingen volgen, waaronder de veroordeling elke maand bovenop de gebruikelijke huurprijs 25% van de huurprijs te betalen als aflossing. [12] Deze veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Even verder in het dictum heeft het hof bepaald dat de rest van de huurschuld vervalt nadat (bedoeld zal zijn: zodra) [verzoeker] de huurachterstand vanaf 1 januari 2018 heeft afgelost.
en aanzien van grief 2 wordt aangevoerd dat in eerste aanleg FKP zelf haar eis heeft laten varen.” Deze opmerking is niet voorzien van verwijzingen naar vindplaatsen in de gedingstukken, zodat de klacht in zoverre niet aan de eraan te stellen eisen voldoet.
subonderdeel I.3onbegrijpelijk, omdat het hof met de woorden ‘de achterstand’ heeft gedoeld op de totale achterstand, waarvan [verzoeker] in de pleitnota in hoger beroep van 27 juni 2024, p. 6, randnummer 6, heeft betwist dat die NAf 31.448,15 of NAf 27.050,35 zou bedragen. Daarop ziet ook de overweging ten aanzien van de huursubsidie. Dat staat echter los van de stelling dat [verzoeker], uitgaande van de door het gerecht vastgestelde periode en achterstand,
dievordering geheel heeft ingelopen en zelfs te veel heeft betaald.
subonderdeel I.4is het oordeel van het hof in rov. 2.8. van het eindvonnis onbegrijpelijk, althans ontoereikend gemotiveerd, als en voor zover het ziet op de door het gerecht opgelegde regeling. Niet alleen heeft [verzoeker] gesteld dat hij volledig heeft voldaan aan de regeling zoals opgelegd door het gerecht, hij heeft ook expliciet een beroep gedaan op verjaring, die parallel loopt met de regeling zoals het gerecht heeft opgelegd, aldus het subonderdeel. Als FKP in hoger beroep heeft gesteld alsnog een vordering te hebben dan heeft [verzoeker] die vordering daarmee volgens het subonderdeel voldoende gemotiveerd betwist, zodat het hof hetzij die vordering in hoger beroep integraal had moeten afwijzen, hetzij FKP om nadere onderbouwing had moeten vragen.
subonderdeel I.5in rov. 2.8. van het eindvonnis en ook overigens in het tussenvonnis en eindvonnis miskend dat elke rechterlijke beslissing tenminste zodanig moet worden gemotiveerd dat zij voldoende inzicht geeft in de daaraan ten grondslag liggende gedachtegang om de beslissing zowel voor partijen als derden – in geval van openstaan van hogere voorzieningen: de hogere rechter daaronder begrepen – controleerbaar en aanvaardbaar te maken. Aan deze eis voldoen deze vonnissen volgens het subonderdeel niet nu deze niet toereikend gemotiveerd, althans onbegrijpelijk zijn. Dat betekent dat indien, zoals in dit geval, in hoger beroep gemotiveerd wordt betwist dat er nog een openstaande vordering is, niet kan worden volstaan met een algemene regeling, maar (ik begrijp:) het bestaan van de vordering zal moeten worden beoordeeld en daarover een gemotiveerde beslissing zal moeten worden gegeven.
2.2.1.Geïntimeerde, betwist met klem de juistheid van de vordering van FKP en verwijst hiervoor naar het vonnis in Eerste Aanleg, waarvan beroep, zoals opgenomen in het dictum onder 4.1. waarin duidelijk wordt gesteld dat de vordering haar beloop vindt vanaf 2018 tot en met 2022, hetgeen overeenkomt met 60 maanden tegen een huurprijs van NAf. 103,== per maand, zoals gesteld in de met geïntimeerde gemaakte betali[n]gsregeling de datum 1 april 2023 met FKP. De totale door geïntimeerde verschuldigde huur over de periode van 1 januari 2018 tot met 31 december 2022 beloopt een bedrag ad NAf. 6.180,==.”
2.2.3.Indien geïntimeerde uitgaat van voornoemde stelling en beslissing van het Gerecht in Eerste aanleg, zoals geciteerd in punt 2.2.2. en 2.2.2.1., met verwijzing naar de door geïntimeerde met zijn pleitnotities de datum 27 juni 2024 overgelegde betaalstaat, is genoegzaam bewezen, dat geïntimeerde in totaal NAf. 6.026,== aan FKP heeft betaald, waardoor per 31 december 2022 slechts een achterstand van NAf. 154,== in betaling aan FKP aan huurpenningen had. Immers, geïntimeerde is gerechtigd zich te beroepen op artikel 3:307 van het Burgerlijk Wetboek op grond waarvan het vonnis, waarvan beroep, dient te worden bevestigd.
dat de door FKP opgegeven achterstand niet klopt”. Denkelijk heeft het hof met de zinsnede “
de door FKP opgegeven achterstand” verwezen naar de door FKP bij akte van 27 augustus 2024 overgelegde tabel, waarin is vermeld dat de “
Uitstaande schuld per aug 2024” NAf 26.898,35 bedroeg. Daarvan had volgens dezelfde tabel NAf 15.751,15 betrekking op de periode vóór 2018.
subonderdeel I.7miskend dat een eiswijziging in hoger beroep volgens het Curaçaose procesrecht niet hoeft te worden getoetst aan de tweeconclusieregel. [24] Of een eiswijziging in hoger beroep volgens het Curaçaose procesrecht is toegestaan, moet volgens het subonderdeel worden getoetst aan de eisen van een goede procesorde en de (overige) daarvoor geldende wettelijke bepalingen. Nu het hof die eiswijziging geheel onbesproken heeft gelaten is het oordeel ook ontoereikend gemotiveerd, althans onbegrijpelijk, klaagt het subonderdeel.
subonderdeel II.1rechtens onjuist, althans onbegrijpelijk, dan wel niet toereikend gemotiveerd. Het subonderdeel betoogt dat de inzet van het hoger beroep blijkens grief 1 was dat werd opgekomen tegen een achterstand over ‘slechts’ vijf jaren, waaruit volgt dat inzet van het hoger beroep was de gehele achterstand te vorderen, zoals ook volgt uit het petitum. Materieel gezien heeft het hof de grieven verworpen en het vonnis van het gerecht bekrachtigd, aldus het subonderdeel. Dit kan volgens het subonderdeel niet anders worden uitgelegd en begrepen dan dat FKP in overwegende mate in het ongelijk is gesteld en dus op grond van art. 60 lid 1 Rv-Curaçao in de kosten van de appelprocedure had moeten worden veroordeeld.
4.Bespreking van de cassatiemiddelen in het incidentele cassatieberoep
a contrario) af dat de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid aan dit recht op nakoming
nietin de weg kan staan. Ik begrijp ten minste dat deze passages zijn aangehaald ter onderbouwing van het hiervoor bedoelde
primairebetoog van FKP.