ECLI:NL:HR:2025:912
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag loonheffingen
In deze zaak heeft de Staatssecretaris van Financiën beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam betreffende een naheffingsaanslag in de loonheffingen over de jaren 2014 tot en met 2017. Belanghebbende, een besloten vennootschap, was het niet eens met de opgelegde aanslag en de daarbij behorende beschikkingen inzake belastingrente.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld en geconcludeerd dat het middel faalt op de gronden zoals uiteengezet in een gerelateerd arrest (ECLI:NL:HR:2025:827). De Advocaat-Generaal had reeds geadviseerd het beroep ongegrond te verklaren.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie dan ook ongegrond en veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten van belanghebbende, waarbij rekening is gehouden met samenhang van deze zaak met andere zaken volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Het arrest is gewezen door de vice-president van de Hoge Raad als voorzitter en vier raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2025.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten.