ECLI:NL:HR:2025:913
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag loonheffingen
In deze zaak heeft de Staatssecretaris van Financiën beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam betreffende een naheffingsaanslag loonheffingen over de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 januari 2017. Belanghebbende, een besloten vennootschap, was het niet eens met deze aanslag en had hoger beroep ingesteld tegen een eerdere uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie van de Staatssecretaris ongegrond verklaard, waarbij het oordeel van het Gerechtshof Amsterdam werd bevestigd. De motivering van het oordeel is grotendeels verwezen naar een gelijktijdig arrest met nummer 24/02379, waarin de relevante rechtsvragen en overwegingen uitvoerig zijn behandeld.
Daarnaast is de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende voor het cassatiegeding, waarbij rekening is gehouden met de samenhang van deze zaak met een andere zaak in het kader van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2025.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten.