ECLI:NL:HR:2025:914
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag loonheffingen
De zaak betreft een beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam over een naheffingsaanslag in de loonheffingen voor de jaren 2014 tot en met 2017, opgelegd aan belanghebbende [X] B.V.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard, waarbij het oordeel is gebaseerd op de motieven die zijn uiteengezet in een gelijktijdig arrest (ECLI:NL:HR:2025:827). De Advocaat-Generaal had eerder geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep.
Daarnaast is de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende, vastgesteld op de helft van € 2.721, voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan in aanwezigheid van de raadsheren en de waarnemend griffier en is openbaar uitgesproken op 13 juni 2025.
De zaak hangt samen met andere zaken (nrs. 24/02378 en 24/02379) in het kader van het Besluit proceskosten bestuursrecht, hetgeen ook in de kostenveroordeling is betrokken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten.