ECLI:NL:HR:2026:1140
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad wijst proceskostenvergoeding toe bij schending Wet WOZ
Belanghebbende stelde beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) en een aanslag onroerendezaakbelastingen 2022.
Het hof had vastgesteld dat de heffingsambtenaar van de gemeente Huizen in strijd met artikel 40, lid 2, Wet WOZ handelde door onvolledige gegevensverstrekking, maar weigerde proceskosten toe te kennen omdat de schending niet doorslaggevend was voor het instellen van beroep.
De Hoge Raad oordeelt dat een succesvolle schending van artikel 40, lid 2, Wet WOZ in principe leidt tot proceskostenvergoeding, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn, welke hier niet zijn aangetoond.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het oordeel van het hof over proceskosten, veroordeelt het college en de heffingsambtenaar tot vergoeding van griffierechten en proceskosten voor zowel het hof als de rechtbank, en wijst de kosten van de cassatieprocedure toe aan belanghebbende.
De bestreden WOZ-beschikking en aanslag worden niet vernietigd of gewijzigd; de vergoeding wordt berekend met toepassing van de vermenigvuldigingsfactor 0,10 conform de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm.
Uitkomst: De Hoge Raad veroordeelt het college en de heffingsambtenaar tot vergoeding van proceskosten en griffierechten wegens schending van artikel 40, lid 2, Wet WOZ.