ECLI:NL:HR:2026:200
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid cassatieberoep tegen hersteluitspraak en wijst schadevergoedingsverzoek af
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen uitspraken van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch over aanslagen inkomstenbelasting en een verzoek om schadevergoeding. Het Hof had aanvankelijk het hoger beroep ongegrond verklaard, maar in een hersteluitspraak alsnog een vergoeding voor immateriële schade toegekend.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep tegen de hersteluitspraak ontvankelijk is, omdat het Hof bevoegd en verplicht was de eerdere uitspraak te verbeteren. De klachten van belanghebbende tegen het Hof konden echter niet leiden tot vernietiging van de uitspraken.
Daarnaast wees de Hoge Raad het verzoek om schadevergoeding af, omdat een dergelijk verzoek niet voor het eerst in cassatie kan worden ingediend volgens artikel 29 AWR Pro. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het cassatieberoep ongegrond.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.