Conclusie
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
De feiten
3.Het geding in cassatie
4.Wat is een hersteluitspraak en wanneer is deze mogelijk?
Waar gaat dit hoofdstuk niet over?
kennelijkefouten, verschrijvingen of verrekeningen. Over de “
kennelijkheid” van de fouten schreef van Mierlo in het kader van art. 31 Rv het volgende: [15]
in dat gevalgeen aanleiding was om een uitzondering op de regel aan te nemen dat tegen een hersteluitspraak geen rechtsmiddel openstaat. Voorts gaan Pieterse en Schreinemachers ervan uit dat in het belastingrecht het rechtsmiddelverbod tegen hersteluitspraken doorbroken kan worden. [26]
5.Beoordeling van het cassatieberoep
Vooraf: Is dit een toelaatbare hersteluitspraak?
het genot van de rechten en vrijheden die in dat verdrag zijn vermeldzonder enig onderscheid te verzekeren. De verdragsbepaling verbiedt dus niet discriminatie
as such. [37] Belanghebbende heeft niet gesteld in relatie tot welk ander verdragsrecht hij gediscrimineerd zou worden. In de context van een belastingprocedure ligt het echter voor de hand om daarvoor te kijken naar art. 1 EP. En dat brengt ons bij de eerdergenoemde arresten van 14 juni 2019 en 20 mei 2022. Daarin beoordeelde de Hoge Raad in het kader van een toetsing aan art. 1 EP de proportionaliteit van het box 3-stelsel voor de jaren 2014 en 2014 (het arrest van 14 juni 2019) en 2016 (het arrest van 20 mei 2022). De beoordeling van die proportionaliteit op stelselniveau en van de buitensporige last op individueel niveau ligt zo dicht bij een beoordeling van de vraag of zich een ongeoorloofde ongelijke behandeling voordoet, dat ik mij niet goed kan voorstellen dat een afzonderlijke toetsing aan het discriminatieverbod van art. 14 EVRM in samenhang met art. 1 EP zou kunnen leiden tot een wezenlijk andere uitkomst, dan die van deze twee arresten.