Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
10 februari 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van mensenhandel door een minderjarige vrouw naar Nederland te vervoeren en haar in de prostitutie te laten werken.
De verdediging voerde aan dat het gebruik van verklaringen van de onvindbare aangeefster als bewijs in strijd was met het recht op een eerlijk proces, omdat de verdediging haar niet heeft kunnen ondervragen. De Hoge Raad herhaalt de criteria uit eerdere jurisprudentie voor het gebruik van dergelijke verklaringen: het gewicht van de verklaring, de reden van het ontbreken van ondervraging en het bestaan van compenserende factoren.
Het hof had vastgesteld dat de aangeefster meermalen kritisch door de politie was gehoord, dat de verdachte met haar verklaringen was geconfronteerd en dat de betrouwbaarheid van haar verklaringen werd ondersteund door onder meer telefoononderzoek en verklaringen van andere getuigen. Ook was de verdediging in de gelegenheid gesteld om ouders en voogd van de aangeefster te horen, wat onvoldoende compensatie bood maar wel werd meegewogen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof voldoende compenserende factoren heeft vastgesteld en dat het proces als geheel eerlijk is verlopen. De Hoge Raad vernietigt het arrest echter deels vanwege overschrijding van de redelijke termijn en vermindert de gevangenisstraf tot achttien maanden en één week. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor mensenhandel, vermindert de straf tot achttien maanden en één week wegens termijnoverschrijding.