Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
4. Indien een vervolging niet of nog niet is ingesteld wordt het klaagschrift of het verzoek zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee jaren na de inbeslagneming, (...) ingediend ter griffie van de rechtbank van het arrondissement, binnen hetwelk de inbeslagneming (...) is geschied (...).”
Op grond van artikel 6:4:9 Sv Pro in samenhang met artikel 6:4:4 lid 2 Sv Pro geldt de onherroepelijke uitspraak op een vordering van het openbaar ministerie tot oplegging van de verplichting een geldbedrag aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, als titel als bedoeld in artikel 704 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Op grond van artikel 6:1:16 lid 2 Sv Pro kan deze uitspraak pas worden tenuitvoergelegd nadat en voor zover de veroordeling als bedoeld in artikel 36e Sr onherroepelijk is geworden, terwijl op grond van artikel 511i Sv een uitspraak op een ontnemingsvordering van rechtswege vervalt doordat en voor zover de uitspraak als gevolg waarvan de veroordeling van de verdachte als bedoeld in artikel 36e Sr achterwege blijft, in kracht van gewijsde gaat. In het geval dat op de ontnemingsvordering al onherroepelijk is beslist terwijl de veroordeling als bedoeld in artikel 36e Sr dan nog niet onherroepelijk is, zal de ontnemingszaak pas tot een einde komen in de zin van artikel 552a lid 3 Sv op het moment dat (ook) de veroordeling als bedoeld in artikel 36e Sr onherroepelijk wordt.
3.Beslissing
3 maart 2026.