Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
mogelijkegevolgen moet vermelden.
mogelijkegevolgen.
4.Beslissing
27 februari 2026.
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil tussen Nationale-Nederlanden en een verzekerde over de schending van de mededelingsplicht bij het aanvragen van een arbeidsongeschiktheidsverzekering. De verzekerde had een aangeboren rugafwijking die niet was vermeld bij de aanvraag, terwijl hij later een beroep deed op de verzekering wegens rug- en nekklachten.
De rechtbank wees de vorderingen van de verzekerde af, maar het hof vernietigde dit en oordeelde dat Nationale-Nederlanden tekort was geschoten in haar kennisgevingsplicht. Het hof stelde dat de verzekeraar niet tijdig binnen twee maanden na ontdekking van de schending van de mededelingsplicht de verzekerde had gewezen op de gevolgen, waardoor de verzekeraar geen rechten kon ontlenen aan de schending.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onjuiste rechtsopvattingen had over het moment van ontdekking van de schending en de kennisgevingsplicht. De Hoge Raad stelde dat de termijn pas begint te lopen nadat de verzekeraar met gepaste voortvarendheid de beoordeling van de medisch adviseur heeft kunnen afwachten en dat het moment van ontvangst van medische informatie door de medisch adviseur niet gelijk is aan het moment van ontdekking door de verzekeraar.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling. Tevens veroordeelde de Hoge Raad de verzekerde in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.