In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) [de verzekerde] is enig aandeelhouder en bestuurder van een uitzendbureau. Hij heeft een aangeboren rugafwijking.
(ii) Eind 2013 heeft [de verzekerde] via zijn verzekeringstussenpersoon bij een rechtsvoorganger van Nationale-Nederlanden een aanvraag gedaan voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering (hierna: de verzekering).
(iii) In de gezondheidsverklaring die bij de aanvraag behoorde, heeft [de verzekerde] een vraag naar onder meer rugklachten en rugpijn ontkennend beantwoord. Tijdens een algemene medische keuring in opdracht van Nationale-Nederlanden heeft [de verzekerde] onder meer ontkennend geantwoord op de vraag of hij lijdt of heeft geleden aan rugklachten, spit, hernia, ischias of kromme rug.
(iv) De verzekering is afgesloten per 1 mei 2014.
(v) Per 31 augustus 2020 heeft [de verzekerde] zich arbeidsongeschikt gemeld bij Nationale-Nederlanden in verband met rug- en nekklachten en een beroep gedaan op uitkering op grond van de verzekering.
(vi) Op 20 oktober 2020 heeft de huisarts van [de verzekerde] de journaalregels betreffende [de verzekerde] aan Nationale-Nederlanden gezonden.
(vii) Op 22 oktober 2020 heeft Nationale-Nederlanden aan [de verzekerde] laten weten dat, hoewel de arbeidsdeskundige hem voor 80-100% arbeidsongeschikt acht, zijn recht op een uitkering volgens de polisvoorwaarden nog niet beoordeeld kan worden omdat advies van de medisch adviseur wordt afgewacht.
(viii) Nationale-Nederlanden heeft op 5 november 2020 aan [de verzekerde] bericht dat naar voren is gekomen dat hij eerder medische klachten heeft gehad die niet zijn opgegeven bij het aanvragen van de verzekering en heeft in verband hiermee een nader onderzoek door een medisch adviseur aangekondigd.
(ix) Op 19 februari 2021 heeft Nationale-Nederlanden een brief ontvangen van [de orthopedisch chirurg] (hierna: de orthopedisch chirurg), gericht aan de medisch adviseur van Nationale-Nederlanden. In de brief doet de orthopedisch chirurg verslag van een consult dat [de verzekerde] bij hem heeft gehad op 15 juni 2012 en van een of meer eerdere consulten bij een collega orthopedisch chirurg. De orthopedisch chirurg concludeert in deze brief dat sprake is van chronische rugklachten op basis van congenitale kyphoscoliose.
(x) Bij e-mail van 25 maart 2021 heeft Nationale-Nederlanden [de verzekerde] gewezen op de discrepantie tussen zijn opgave bij de aanvraag van de verzekering en de ontvangen medische informatie. Gelet hierop heeft [de verzekerde] volgens Nationale-Nederlanden niet voldaan aan zijn mededelingsplicht en Nationale-Nederlanden heeft [de verzekerde] gewezen op de mogelijke gevolgen hiervan. Om het onderzoek goed te kunnen afronden, heeft Nationale-Nederlanden voorts [de verzekerde] gevraagd een aantal aanvullende vragen te beantwoorden.
(xi) Op die aanvullende vragen heeft [de verzekerde] op 20 april 2021 inhoudelijk gereageerd.
(xii) Bij brief van 29 april 2021 heeft Nationale-Nederlanden, onder verwijzing naar een bijgesloten advies van haar medisch adviseur van 3 maart 2021, aan [de verzekerde] laten weten (a) dat de medisch adviseur zou hebben geadviseerd om een beperkende bepaling op te nemen indien hij bij de aanvraag van de verzekering op de hoogte was geweest van de terugkerende rugklachten in combinatie met de aangetoonde afwijkingen aan de rug van [de verzekerde] , (b) dat er duidelijke aanwijzingen zijn dat [de verzekerde] bij de aanvraag van de verzekering bewust een verkeerde voorstelling van zaken heeft gegeven met als doel een verzekering af te sluiten waarvan hij wist dat deze bij de ware kennis van zaken niet of niet op dezelfde wijze tot stand zou zijn gekomen, en (c) dat geen recht op uitkering bestaat, dat de verzekering wordt opgezegd en dat de gegevens van [de verzekerde] worden opgenomen in diverse registers.