Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
27 maart 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak heeft verzoeker cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof 's-Hertogenbosch betreffende de beëindiging van zijn arbeidsrelatie met verweerster. De kern van het geschil betrof de vergoeding van cao-toeslagen en de compensatie voor niet-genoten vakantiedagen, alsmede de matiging van de wettelijke verhoging op grond van artikel 7:625 lid Pro BW.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten van verzoeker niet leiden tot vernietiging van de beschikking van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De conclusie van de Advocaat-Generaal was gericht op verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaat van verzoeker schriftelijk heeft gereageerd. Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en verzoeker veroordeeld in de kosten van het geding, die nihil zijn vastgesteld.
De beschikking is gegeven door de vicepresident als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door een van de raadsheren op 27 maart 2026.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoeker wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de kosten van het geding.