ECLI:NL:HR:2026:569
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verbod op verrekening van belastingschulden met onbetaalde vorderingen in Arubaanse loonbelastingzaak
Belanghebbende, een advocatenkantoor in Aruba, had loonbelasting en belasting over bedrijfsomzetten/Bazv verrekend met onbetaald gebleven vorderingen op de Arubaanse Directie Sociale Zaken. De Inspecteur legde naheffingsaanslagen en boetes op omdat verrekening volgens hem niet was toegestaan.
Het Hof oordeelde dat artikel 11, lid 1, van de Landsverordening invordering directe belastingen (LIDB) verrekening uitsluit op grond van civielrechtelijke regels uit het Burgerlijk Wetboek van Aruba. Alleen de ontvanger mag verrekenen en niet de belastingplichtige zelf.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst klachten af die stelden dat het verbod niet zou gelden bij betaling op aangifte vóór invordering. De parlementaire geschiedenis ondersteunt een ruime uitleg van het verrekeningsverbod. Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het verbod op verrekening van belastingschulden met onbetaalde vorderingen wordt bevestigd.