Uitspraak
1.Geding in cassatie
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft de zaak schriftelijk doen toelichten door A.J.C. Perdaems, advocaat.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Belanghebbende, een B.V., had beroep ingesteld tegen uitspraken van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over door haar betaalde omzetbelasting over de periode van oktober 2019 tot januari 2020, met betrekking tot magische truffels als levensmiddelen voor menselijke consumptie.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld aan de hand van de argumenten die ook in een gelijktijdig arrest (ECLI:NL:HR:2026:450) zijn behandeld en heeft geoordeeld dat de middelen van belanghebbende falen.
Er is geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest bevestigt de eerdere beslissingen dat de omzetbelasting terecht is geheven en sluit aan bij het rechtszekerheidsbeginsel en de interpretatie van de Wet op de Omzetbelasting en de BTW-richtlijn.
De uitspraak is op 10 april 2026 in het openbaar gewezen door de Hoge Raad, waarbij het beroep in cassatie ongegrond is verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de omzetbelastingheffing over magische truffels blijft in stand.