Uitspraak
1.Geding in cassatie
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft de zaak schriftelijk doen toelichten door A.J.C. Perdaems, advocaat.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Belanghebbende voerde beroep in cassatie aan tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 3 juli 2024, waarin uitspraken waren gedaan over door belanghebbende betaalde omzetbelasting en naheffingsaanslagen met betrekking tot magische truffels over diverse tijdvakken van september 2020 tot januari 2022.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld aan de hand van de argumenten van belanghebbende en de Staatssecretaris van Financiën. De middelen van belanghebbende faalden op de gronden die in een gelijktijdig arrest (ECLI:NL:HR:2026:450) zijn uiteengezet.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het hof in stand, waarbij de omzetbelastingheffing op magische truffels conform de toepasselijke wet- en regelgeving is bevestigd.
Het arrest benadrukt het belang van het rechtszekerheidsbeginsel in de context van omzetbelasting en de toepassing van de Wet OB en de BTW-richtlijn 2006, met name artikel 9, lid 2, letter a, en de relevante bijlagen.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt de omzetbelastingheffing op magische truffels.