ECLI:NL:HR:2026:618
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in belastingzaak over aanslagen 2017-2019
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het oordeel van het Gerechtshof Amsterdam inzake de voor de jaren 2017 tot en met 2019 opgelegde aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Eerder had de Hoge Raad bij arrest van 20 december 2024 een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam.
In het tweede cassatiegeding heeft de Hoge Raad de ontvankelijkheid van het beroep beoordeeld. Na advies van de procureur-generaal is geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Daarom is het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en op 10 april 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.