Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
De primaire vordering van FMV
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
23 januari 2026.
Hoge Raad
In deze civiele procedure stond centraal de vraag of Van der Valk International B.V. terecht conservatoir derdenbeslag had gelegd onder Antilla Del Mar Holding V.B.A. en Aruba Bank, en of Antilla c.s. voldoende belang hadden bij hun hoger beroep tegen de afwijzing van de primaire vordering van FMV Holding Company N.V. tot opheffing van dat beslag.
De feiten betreffen een complexe aandelenoverdracht en schuldoverneming in de context van de exploitatie van het Tierra del Sol resort op Aruba. FMV had de aandelen in de TdS-entiteiten gekocht van TdS Holding, waarna Van der Valk de vordering tot betaling van de koopsom had verkregen door cessie. FMV verkocht later de aandelen aan Antilla, die zich verbond tot overneming van de schuld. Van der Valk legde conservatoir beslag, waarna FMV in kort geding vorderde dat dit beslag werd opgeheven.
Het gerecht wees de primaire vordering af en legde Antilla een bankgarantie op. Het hof bevestigde het bevel tot opheffing van het beslag zonder bankgarantie, maar vernietigde het overige vonnis. De Hoge Raad oordeelde dat Iberostar niet-ontvankelijk was in hoger beroep omdat zij geen partij was in eerste aanleg, en dat Antilla onvoldoende belang had bij het hoger beroep tegen de primaire vordering omdat FMV zelf geen hoger beroep had ingesteld. De Hoge Raad vernietigde het hofvonnis en verwees de zaak terug voor verdere behandeling, waarbij het hof opnieuw moet beoordelen of de proceskostenveroordeling voldoende belang oplevert voor hoger beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling, waarbij het hof opnieuw moet beoordelen of Antilla voldoende belang heeft bij hoger beroep.