Conclusie
1.Inleiding
2.Feiten en procesverloop
principals) drie particulieren zijn die wonen in het Arubaanse resort Tierra del Sol.
principalsvan FMV wisten van de financiële moeilijkheden van de TdS-entiteiten. Bij overeenkomst van 4 september 2013 heeft FMV (toen nog in oprichting) de aandelen in de TdS-entiteiten gekocht van TdS Holding.
acceleration clause). In dat geval zou FMV de koopsom aan TdS Holding dienen te betalen binnen dertig dagen nadat aan bepaalde voorwaarden zou zijn voldaan. Verkort weergegeven zijn die voorwaarden dat alle schulden aan de preferente schuldeisers van de TdS-entiteiten (inclusief de bankschuld) zijn voldaan en dat voor de schulden aan de concurrente schuldeisers overeenkomstig het schuldeisersakkoord, voor zover die schulden niet zijn voldaan, een bedrag is gereserveerd (hierna: de betalingsvoorwaarden).
primair(a) tegen [eiseres] een bevel gevorderd dat deze de hiervoor in 2.1 onder (xi) genoemde beslagen opheft. FMV heeft
subsidiair(b-i) tegen Antilla c.s. een bevel gevorderd dat deze ten gunste van [eiseres] een bankgarantie afgeven, en (b-ii) tegen [eiseres] een bevel gevorderd dat deze de beslagen opheft na afgifte van deze bankgarantie. [2]
3.Bespreking van het cassatiemiddel
verschillendegeschillen, dus geschillen tussen
verschillendepartijen –, dan zal voeging of tussenkomst moeten worden gevraagd, waardoor de derde die mag tussenkomen of zich mag voegen, mede partij wordt in het geschil tussen de oorspronkelijke twee partijen. Dat geldt, gelet op het tweepartijenstelsel, ook als de derde al als partij in de procedure was betrokken als mede-eiser of medegedaagde. [24] Dit laat zien dat het bestaan van het tweepartijenstelsel onder meer volgt uit de wettelijk geregelde mogelijkheid van voeging en tussenkomst. [25]
aRv (onderstreping toegevoegd). Het ontwerp bevatte twee keer een art. 281a Rv. Het eerste daarvan bevatte dezelfde inhoud als het huidige art. 281a RvA, het tweede dezelfde tekst als art. 281b van Rv van Curaçao, van Sint Maarten, en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Dit tweede ‘art. 281a Rv’ is, voor zover valt na te gaan, niet ingetrokken of gewijzigd tijdens de behandeling van het ontwerp door de Staten. [42] In de publicatie van het Wetboek in het afkondigingsblad komt zoals gezegd deze bepaling echter in het geheel niet voor. Zij is dus in de tussentijd door iemand uit het ontwerp geschrapt. [43]
tussenhen onderling ingesteld hoger beroep. Gelet op de hiervoor vermelde regels van het tweepartijenstelsel is duidelijk dat een uitspraak in dat stelsel geen bindende werking heeft in de onderlinge relatie van (mede-)geïntimeerden. Bij deze uitleg mist [eiseres] belang bij haar klachten, omdat duidelijk is dat het vonnis van het hof in de onderlinge verhouding van [eiseres] en FMV geen verandering heeft gebracht in het vonnis van het gerecht in eerste aanleg: dat is in die verhouding (onverkort) blijven gelden bij deze uitleg.
verschillendepartijen, sprake is van een processueel ondeelbare rechtsverhouding, zodat het tweepartijenstelsel niet geldt. Daarom gaat geen van de klachten van onderdeel 1 op, aldus Antilla c.s. [51]
nietmee dat sprake is een processueel ondeelbare rechtsverhouding. Hetzelfde geldt specifiek voor voeging en tussenkomst, naar volgt uit hetgeen hiervoor in 3.6 is vermeld. Van een ondeelbare rechtsverhouding is pas sprake als het rechtens
noodzakelijkis dat de beslissing ten aanzien van eenieder die partij is bij die rechtsverhouding, in dezelfde zin luidt. [52] Dat kan slechts worden aangenomen indien de aard en inhoud van de rechtsverhouding daartoe nopen. [53] Het gaat erom of een niet tussen alle betrokkenen gewezen uitspraak ‘een rechtens in beginsel onhanteerbare situatie’ veroorzaakt. [54] Te denken valt met name aan beslissingen over een gemeenschap. Wie deelgenoot is en hoe de gemeenschap wordt verdeeld, moet jegens eenieder in dezelfde zin worden beslist omdat anders praktisch niet oplosbare problemen ontstaan.
acceleration clauseniet is overeengekomen dat de koopsom pas betaald behoeft te worden nadat de bankschuld is betaald, maar dat de koopsom pas betaald mag worden nadat de bankschuld is betaald, onbegrijpelijk is.