ECLI:NL:HR:2013:BZ0173

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 maart 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/02451
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Dekkingsomvang verzekeringspolis en tekortschieten assurantietussenpersoon bij brandschade jachthavencomplex

Belterwiede kocht een jachthavencomplex en sloot via assurantietussenpersoon FPO verzekeringen af bij Reaal. Na brand in het horecagedeelte weigerde Reaal dekking, stellende dat dit gedeelte niet verzekerd was. Belterwiede vorderde dekking van Reaal en subsidiair schadevergoeding van FPO wegens tekortschieten in haar zorgplicht.

De rechtbank wees de vordering tegen Reaal af maar stelde FPO aansprakelijk voor de schade door het ontbreken van verzekering. In hoger beroep bevestigde het hof dit oordeel. FPO stelde cassatieberoep in tegen zowel Reaal als Belterwiede.

De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep van FPO tegen Reaal niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang, aangezien Belterwiede geen cassatieberoep had ingesteld en de beslissing tegen Reaal onherroepelijk was. Het beroep tegen Belterwiede werd verworpen. FPO werd veroordeeld in de proceskosten.

Deze uitspraak benadrukt het belang van het belang bij cassatie en bevestigt de aansprakelijkheid van de assurantietussenpersoon voor tekortschieten in de zorgplicht bij het verzekeren van risico's.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de assurantietussenpersoon tegen de verzekeraar is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de opdrachtgever is verworpen.

Uitspraak

29 maart 2013
Eerste Kamer
12/02451
TT/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
FPO MAASSTAD B.V.,
gevestigd te Dordrecht,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. T. Welschen,
t e g e n
1. WATERSPORT BELTERWIEDE V.O.F.,
gevestigd te Lemmer,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel,
2. REAAL SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd te Zoetermeer,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.E. Franke.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als FPO, Belterwiede en Reaal.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 74543/HA ZA 08-2164 van de rechtbank Dordrecht van 9 juli 2008 en 22 april 2009;
b. het arrest in de zaak 200.034.073/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 27 december 2011, welke is verbeterd bij beslissing van 8 mei 2012.
Het arrest en de beslissing van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft FPO beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Belterwiede heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
Reaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 lid 1 RO Pro.
De advocaat van FPO heeft bij brief van 7 februari 2013 op die conclusie gereageerd.
3. Uitgangspunten in cassatie
3.1 Deze zaak betreft het volgende. Belterwiede heeft in oktober 2006 een jachthavencomplex aan de Vuurtorenweg te Lemmer gekocht. Zij heeft voor het complex via FPO, haar assurantietussenpersoon, verzekeringen afgesloten bij Reaal. In de nacht van 28 op 29 januari 2007 heeft brand gewoed in het jachthavencomplex, waarbij onder meer schade is ontstaan aan het horecagedeelte. Reaal heeft dekking van deze schade geweigerd omdat dit gedeelte van het complex volgens haar niet onder de afgesloten verzekeringen valt.
Belterwiede vordert primair Reaal te veroordelen alsnog dekking te verlenen, omdat het horecagedeelte wel onder de afgesloten verzekeringen valt, en subsidiair FPO te veroordelen tot betaling van schadevergoeding, omdat in het geval dat het horecagedeelte niet onder de dekking valt, FPO is tekortgeschoten in haar verplichting jegens haar om voor een passende verzekeringsovereenkomst te zorgen.
3.2 Bij vonnis van 22 april 2009 heeft de rechtbank de vordering tegen Reaal afgewezen en een verklaring voor recht uitgesproken inhoudende dat FPO aansprakelijk is voor de schade die Belterwiede heeft geleden door het feit dat de schade aan het horecagedeelte niet verzekerd was. De rechtbank heeft Belterwiede en FPO in de gelegenheid gesteld zich over laatstgenoemde schade nader uit te laten.
Tegen dit vonnis heeft Belterwiede hoger beroep ingesteld, welk beroep zich zowel richtte tegen Reaal als tegen FPO. FPO heeft zich in het hoger beroep van Belterwiede tegen Reaal gevoegd aan de zijde van Belterwiede. In het door Belterwiede tegen haar ingestelde hoger beroep heeft FPO incidenteel hoger beroep ingesteld.
3.3 Het hof heeft in het hoger beroep van Belterwiede tegen Reaal het vonnis van de rechtbank, voor zover thans in cassatie van belang, bekrachtigd en in het hoger beroep van Belterwiede tegen FPO in het principale beroep Belterwiede niet-ontvankelijk verklaard in haar beroep en in het incidentele beroep het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
3.4 FPO heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het hof zowel in de zaak tussen Belterwiede en Reaal als in de zaak tussen haarzelf en Belterwiede.
4. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
4.1 Nu Belterwiede geen cassatieberoep heeft ingesteld tegen het arrest van het hof, rijst de vraag of FPO als gevoegde partij belang heeft bij haar cassatieberoep tegen Reaal in de zaak tussen Belterwiede en Reaal.
Deze vraag moet ontkennend worden beantwoord.
Doordat Belterwiede geen cassatieberoep heeft ingesteld, is de afwijzing van haar vordering tegen Reaal onherroepelijk. Het door FPO als gevoegde partij tegen Reaal ingestelde cassatieberoep kan daarin geen verandering brengen.
FPO heeft evenmin belang erbij dat tussen haar en Reaal wordt vastgesteld hoe de rechtsbetrekking tussen Belterwiede en Reaal luidt. In haar verhouding tot Belterwiede is dat belang niet gelegen. De beslissing in het arrest van het hof omtrent de rechtsbetrekking tussen Belterwiede en Reaal heeft immers geen gezag van gewijsde in de verhouding tussen FPO en Belterwiede. Anders dan aan de orde was in HR 9 april 2010, LJN BK4549, NJ 2010/388, rov. 3, doet zich hier dan ook niet het geval voor dat de gevoegde partij zelfstandig een rechtsmiddel tegen de uitspraak moet kunnen aanwenden om te voorkomen dat deze jegens haar in kracht van gewijsde gaat en beslissingen daarin jegens haar gezag van gewijsde verkrijgen.
FPO is voorts niet door het hof in de kosten van Reaal veroordeeld en heeft dus ook niet uit dien hoofde belang bij haar cassatieberoep tegen Reaal.
4.2 FPO is wel ontvankelijk in haar cassatieberoep in de zaak tussen haarzelf en Belterwiede. Het hiervoor in 3.2 genoemde vonnis van de rechtbank van 22 april 2009 is, nu de vordering van Belterwiede tegen FPO daarin gedeeltelijk is toegewezen in de vorm van de uitgesproken verklaring voor recht, terwijl voor het overige de beslissing daarover is aangehouden, gedeeltelijk een eindvonnis en gedeeltelijk een tussenvonnis. Omdat het incidentele hoger beroep van FPO zich mede tegen de genoemde verklaring voor recht keerde, is de bekrachtiging van het vonnis van de rechtbank door het hof in zoverre een eindarrest. Aangezien het cassatieberoep van FPO zich mede keert tegen die bekrachtiging, is FPO ontvankelijk in haar cassatieberoep tegen Belterwiede (vgl. HR 9 september 2011, LJN BQ2306, NJ 2011/408).
5. Beoordeling van het middel in de zaak tegen Belterwiede
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu die klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
6. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart FPO niet-ontvankelijk in haar cassatieberoep tegen Reaal;
verwerpt het cassatieberoep voor zover ingesteld tegen Belterwiede;
veroordeelt FPO in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Reaal begroot op € 799,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris en aan de zijde van Belterwiede op € 799,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, G. Snijders, G. de Groot en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 29 maart 2013.