Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.BEOORDELING VAN HET GESCHIL
Ontvankelijkheid beroepen
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Belanghebbende diende de aangiften winstbelasting 2011 en 2012 pas in nadat de aanslagen al waren vastgesteld, waardoor de Inspecteur de aanslagen zonder rekening te houden met de aangiften had vastgesteld. Belanghebbende maakte bezwaar en stelde dat zij geen aanmaningen had ontvangen voor het doen van aangifte. De Inspecteur kon niet aannemelijk maken dat de aanmaningen op het juiste adres waren ontvangen, waardoor de bewijslast niet kon worden omgekeerd.
Het geschil betrof onder meer de correctie van de rentevergoeding op vorderingen op gelieerde vennootschappen en de aftrek van een managementvergoeding. Het Gerecht oordeelde dat een rentevergoeding van 8% 'at arm’s length' is en dat de managementvergoeding op basis van omzetverhouding tussen belanghebbende en haar moedermaatschappij mag worden toegerekend.
De aanslagen werden verminderd tot een belastbare winst van Afl. 353.887 (2011) en Afl. 953.974 (2012). De verzuimboetes werden vernietigd omdat de Inspecteur niet kon bewijzen dat aanmaningen waren ontvangen. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De aanslagen winstbelasting 2011 en 2012 worden verminderd en de verzuimboetes vernietigd wegens ontbreken bewijs ontvangst aanmaningen.