Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.OVERWEGINGEN
Ontvankelijkheid bezwaar tegen verzuimboetes februari, maart en april 2018
3.PROCESKOSTEN
4.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Belanghebbende kreeg naheffingsaanslagen met verzuimboetes opgelegd voor niet tijdige betaling van BBO en BAZV over diverse tijdvakken in 2018. Tegen deze boetes maakte belanghebbende bezwaar, maar de bezwaren over februari, maart en april 2018 werden niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.
De Inspecteur voerde een niet-gepubliceerd begunstigend beleid voor 2018, waarbij voor verzuimboetes steeds het bedrag van het eerste verzuim werd toegepast. Belanghebbende betoogde dat geen verzuimboetes mochten worden opgelegd vanwege eerdere gedragslijn en uitlatingen van bewindslieden, en voerde een beroep op het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel.
Het Gerecht oordeelde dat aan niet-gepubliceerd beleid geen vertrouwen kan worden ontleend en dat het gelijkheidsbeginsel niet slaagt zonder concrete aanwijzingen van ongelijke behandeling. Ook ontleent belanghebbende geen vertrouwen aan uitlatingen van bewindslieden. Wel werd de verzuimboete over mei 2018 ambtshalve verminderd en dat beroep gegrond verklaard.
Verder werd vastgesteld dat belanghebbende niet is gehoord in de bezwaarfase, maar dit niet tot nadeel leidde omdat er geen feitengeschil was. Het Gerecht veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de verzuimboete over mei 2018 is gegrond verklaard en de boete is ambtshalve verminderd, de overige beroepen zijn ongegrond verklaard.