Belanghebbende, een B.V., had voor de jaren 2010 tot en met 2012 de afdrachtvermindering onderwijs toegepast voor haar werknemers. De Inspecteur stelde na een boekenonderzoek vast dat niet aan alle voorwaarden was voldaan en legde naheffingsaanslagen en boetes op. Belanghebbende betwistte deze aanslagen en boetes, onder meer met een beroep op het gelijkheidsbeginsel, verwijzend naar rapporten die zouden aantonen dat de Inspecteur begunstigend beleid voert ten aanzien van andere belastingplichtigen.
Het hof verwierp dit beroep en oordeelde dat de gestelde feiten geen grond boden voor het aannemen van niet gepubliceerd begunstigend beleid. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof het beroep op begunstigend beleid onvoldoende heeft gemotiveerd en het relevante arrest uit 2004 niet juist heeft toegepast. De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie gegrond, vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.
Daarnaast werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van belanghebbende. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering bij het verwerpen van een beroep op begunstigend beleid en de toepassing van het gelijkheidsbeginsel in belastingzaken.