Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGEAA:2025:305

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
13 oktober 2025
Publicatiedatum
27 oktober 2025
Zaaknummer
AUA202403794 e.v.
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 ALBArt. 18 lid 4 LBBArt. 19 lid 1 ALBArt. 32 ALBArt. 54 lid 2 ALB
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van verzuimboetes loonbelasting en premies wegens niet tijdig doen van aangifte

Belanghebbende, een eenmanszaak zonder werknemers, maakte bezwaar tegen naheffingsaanslagen loonbelasting en premies AOV/AWW en AZV over diverse tijdvakken, evenals tegen opgelegde verzuimboetes wegens niet tijdig doen van aangifte en betaling.

Het Gerecht oordeelde dat het beroep tijdig was ingediend en dus ontvankelijk. De bezwaren tegen aanslagen over de jaren 2020 en 2021 werden echter niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening. Niet in geschil was dat de naheffingsaanslagen over de jaren zonder werknemers nihil moesten worden gesteld en dat boetes wegens te late betaling vernietigd moesten worden.

Het geschil betrof de verzuimboetes van Afl. 250 per tijdvak over september, oktober en november 2023 wegens niet tijdig doen van aangifte. Het Gerecht stelde vast dat belanghebbende herhaaldelijk verzuimd had aangifte te doen, dat er geen sprake was van afwezigheid van alle schuld en dat er geen gronden waren voor matiging.

Daarom werden de verzuimboetes terecht opgelegd en het beroep daarop ongegrond verklaard. Voor overige aanslagen en boetes waarvoor geen uitspraak op bezwaar was gedaan, werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het Gerecht droeg de Inspecteur op het betaalde griffierecht aan belanghebbende te vergoeden.

Uitkomst: Het beroep tegen de verzuimboetes wegens niet tijdig doen van aangifte wordt ongegrond verklaard en de boetes blijven in stand.

Uitspraak

Uitspraak van 13 oktober 2025
BBZ nrs. AUA202403794 e.v.
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening beroep in belastingzaken van:
[Belanghebbende], wonende te Aruba,
belanghebbende,
gericht tegen:
DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Aruba,
de Inspecteur.

1.PROCESVERLOOP

1.1
Aan belanghebbende zijn de volgende naheffingsaanslagen loonbelasting (LB), en premies AOV/AWW en AZV opgelegd. Tevens zijn verzuimboetes voor het niet tijdig doen van aangifte en voor het niet (tijdig) betalen van de verschuldigde bedragen opgelegd.
Jaar
Tijdvak
Dagtekening
Bezwaar
2020
Jan
28 april 2020
20 april 2024
2021
Maart
21 juni 2021
19 april 2024
Juni
11 oktober 2021
20 april 2024
Juli
13 december 2021
20 april 2024
Aug
20 december 2021
20 april 2024
Sept
27 december 2021
16 april 2024
2023
Sept
11 december 2023
2 februari 2024
Okt
11 januari 2024
2 februari 2024
Nov
9 februari 2024
16 februari 2024
1.2
Belanghebbende heeft op in de laatste kolom vermelde data bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslagen en verzuimboetes.
1.3
De Inspecteur heeft op 29 juli 2024 in één geschrift uitspraken op bezwaar gedaan en de bezwaren tegen de naheffingsaanslagen en verzuimboetes LB en premies AOV/AWW en AZV over de tijdvakken januari 2020, maart 2021 en juni 2021 tot en met september 2021 niet-ontvankelijk verklaard. De Inspecteur heeft de naheffingsaanslagen over de tijdvakken januari 2020 en maart 2021 ambtshalve verminderd. De bezwaren tegen de naheffingsaanslagen en verzuimboetes LB en premies AOV/AWW en AZV over de tijdvakken september tot en met november 2023 heeft de Inspecteur afgewezen.
1.4
Belanghebbende heeft op 30 september 2024 tegen de uitspraken op bezwaar beroep ingesteld.
1.6
De Inspecteur heeft op 13 februari 2025 een verweerschrift ingediend.
1.7
De zitting heeft plaatsgevonden op 11 september 2025 te Oranjestad. Belanghebbende is, zonder berichtgeving, niet verschenen.
De belastinggriffie van het Gerecht heeft bij e-mailbericht van 5 augustus 2025 belanghebbende uitgenodigd voor de zitting. Dit bericht is gestuurd naar het emailadres [emailadres] dat door belanghebbende is vermeld in zijn beroepschrift. Het Gerecht gaat daarom ervan uit dat belanghebbende op regelmatige wijze is uitgenodigd voor de zitting. Namens de Inspecteur is verschenen [A].

2.FEITEN

2.1
Belanghebbende drijft in de onderhavige jaren een onderneming in de vorm van een eenmanszaak. Hij had geen werknemers in dienst.

3.GESCHIL

3.1
Niet in geschil is dat de naheffingsaanslagen LB en premies AOV/AWW en AZV dienen te worden verminderd naar nihil, omdat belanghebbende geen werknemers in dienst had gedurende de onderhavige tijdvakken.
3.2
Evenmin is in geschil dat de verzuimboetes die zijn opgelegd wegens het niet tijdig betalen van de op aangifte verschuldigde belasting zullen worden vernietigd.
3.3
In geschil is (uitsluitend) of de aan belanghebbende opgelegde verzuimboetes van Afl. 250 vanwege het niet tijdig doen van aangifte terecht zijn opgelegd.

4.BEOORDELING VAN HET BEROEP

4.1
Alvorens tot een eventuele inhoudelijke beoordeling van het geschil te kunnen overgaan, dient het Gerecht de ontvankelijkheid van belanghebbendes beroep en bezwaar te beoordelen.
Ontvankelijkheid beroep
4.2
In artikel 19, lid 1, van de Algemene landsverordening belastingen (hierna: ALB) is bepaald dat degene die bezwaar heeft tegen een door de Inspecteur gedane uitspraak op bezwaar, binnen twee maanden na de dagtekening van die uitspraak een beroepschrift kan indienen bij het Gerecht.
4.3
De onderhavige uitspraken op bezwaar zijn gedagtekend op 29 juli 2024. De tweemaandstermijn eindigt dan op zondag 29 september 2024. In artikel 1 van Pro de Algemene termijnenverordening (AB 1991/107) is bepaald dat een in een landsverordening gestelde termijn die eindigt op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag wordt verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of erkende feestdag is. Dat betekent dat in het voorliggende geval de termijn wordt verlengd tot maandag 30 september 2024. Het beroepschrift is op die dag, dus tijdig, ingediend zodat het beroep ontvankelijk is.
Ontvankelijkheid bezwaar tijdvakken LB en premies AOV/AWW en AZV januari 2020, maart 2021 en juni 2021 tot en met september 2021
4.4
Alvorens tot een eventuele inhoudelijke beoordeling van het geschil te kunnen overgaan, dient het Gerecht de ontvankelijkheid van de bezwaarschriften van belanghebbende te beoordelen.
4.5
In artikel 17, lid 1 Algemene landsverordening belastingen (hierna: ALB) is bepaald dat degene die bezwaar heeft tegen een hem opgelegde belastingaanslag, binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet een gemotiveerd bewaarschrift kan indienen bij de Inspecteur.
4.6
Gelet op de dagtekening van de aanslagbiljetten en de datum van indiening van de bezwaarschriften (zie 1.1) zijn de bezwaarschriften niet binnen de wettelijke termijn van twee maanden ingediend.
4.7
Feiten of omstandigheden die kunnen leiden tot verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding zijn niet gesteld noch gebleken. Dat betekent dat de bezwaren terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard.
4.8
Op grond van artikel 32 ALB Pro kan de Inspecteur een onjuiste aanslag ambtshalve verminderen. Tegen de weigering van de inspecteur om ambtshalve te verminderen, staat geen rechtsmiddel open, zodat daartegen geen bezwaar of beroep kan worden ingesteld. Ook kan in deze beroepsprocedure niet met vrucht een beroep worden gedaan op de bevoegdheid van de Inspecteur tot ambtshalve vermindering (vgl. GEA Curaçao 4 oktober 2019, ECLI:NL:OGEAC:2019:228).
Inhoudelijk; verzuimboetes LB en premies AOV/AWW en AZV september, oktober en november 2023
4.9
Vaststaat dat belanghebbende niet (tijdig) aangifte heeft gedaan over de onderhavige tijdvakken. Ingevolge artikel 54 lid 2 van Pro de ALB is in dat geval sprake van verzuimen ter zake waarvan de Inspecteur een boete kan opleggen van ten hoogste Afl. 2.500 (per verzuim).
4.1
Nadere regels voor het opleggen van boetes zijn opgenomen in het Boetebeleid Belastingdienst Aruba. In paragraaf 22, lid 5 is bepaald dat, indien niet (tijdig) aangifte is gedaan van LB, AOV/AWW of AZV, de Inspecteur bij een derde of volgend verzuim een boete oplegt van Afl. 250. Van een derde verzuim is bij aangiftebelastingen die periodiek op aangifte moeten worden gedaan (zoals de onderhavige heffingen) sprake indien belanghebbende over twee of meer van de laatste zeven tijdvakken, voorafgaande aan het tijdvak waarover niet (tijdig) aangifte is gedaan, in verzuim is geweest.
4.11
In het onderhavige geval heeft de Inspecteur voor elk van de tijdvakken (september, oktober en november 2023) een boete van Afl. 250 opgelegd uitgaande van een derde of volgend verzuim. Daarbij heeft de Inspecteur onweersproken gesteld dat belanghebbende ook in de maanden februari tot en met augustus 2023 heeft verzuimd om (tijdig) aangifte te doen. Het Gerecht is van oordeel dat de boetes zijn opgelegd overeenkomstig voornoemde wet- en regelgeving.
4.12
Een verzuimboete dient achterwege te blijven indien sprake is van afwezigheid van alle schuld (avas). Van avas is sprake als belanghebbende alle in de gegeven omstandigheden van hem in redelijkheid te vergen zorg heeft betracht om te bewerkstelligen dat tijdig aangifte werd gedaan (vgl. Hoge Raad 15 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7184). De bewijslast ter zake rust op belanghebbende.
4.13
Belanghebbende heeft aangevoerd dat belanghebbende geen werknemers in dienst heeft, dat hij daarom geen LB en premies verschuldigd is en dat hij dit ook aan de hand van de verzamelloonstaten had kunnen bewijzen. Hiermee heeft belanghebbende naar het oordeel van het Gerecht niet aannemelijk gemaakt dat haar voor het niet of te laat doen van aangifte geen enkel verwijt treft. Het is een algemeen bekend feit dat eenieder die een aangifte krijgt uitgereikt, deze moet indienen bij de Inspecteur. Gelet daarop moet belanghebbende hebben geweten dat ook nihil-aangiften dienen te worden ingediend.
4.14
Voor een matiging van de boetes ziet het Gerecht evenmin een reden. Het Gerecht merkt daarbij op dat, nu het hier verzuimboetes betreft, de mate van verwijtbaarheid geen rol speelt. Naar het oordeel van het Gerecht zijn de door de Inspecteur opgelegde boetes uit het oogpunt van normhandhaving dan ook passend en geboden.
4.15
Belanghebbende noemt in het beroepschrift en de daarbij gevoegde bijlage nog een aantal andere naheffingsaanslagen LB, AOV/AWW en AZV en verzuimboetes die betrekking hebben op tijdvakken tussen 2018 en 2023. Voor zover het beroep daartegen gericht is, is het niet-ontvankelijk omdat noch gesteld noch gebleken is dat met betrekking tot die naheffingsaanslagen en boetes uitspraken op bezwaar gedaan zijn.
Ten overvloede merkt het Gerecht op dat de Inspecteur heeft toegezegd dat die naheffingsaanslagen, voor zover dat nog niet is gebeurd, vernietigd zullen worden. Hetzelfde geldt voor de verzuimboetes vanwege te late betaling.

5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT

5.1
Het Gerecht ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, omdat belanghebbende geen kosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.
5.2
De Inspecteur dient op grond van artikel 18, lid 4, van de LBB, het betaalde griffierecht van Afl. 25 aan belanghebbende te vergoeden

6.BESLISSING

Het Gerecht:
  • verklaart het beroep met betrekking tot de in 4.15 vermelde naheffingsaanslagen LB, AOV/AWW en AZV en daarmee verband houdende verzuimboetes niet-ontvankelijk;
  • verklaart het beroep tegen uitspraken op bezwaar met betrekking tot de naheffingsaanslagen LB, AOV/AWW en AZV en verzuimboetes wegens te late betaling over de maanden september, oktober en november 2023 gegrond;
  • vernietigt de uitspraken op bezwaar met betrekking tot de naheffingsaanslagen LB, AOV/AWW en AZV en de verzuimboetes wegens te late betaling over de maanden september, oktober en november 2023;
  • vernietigt de naheffingsaanslagen LB, AOV/AWW en AZV over de maanden september, oktober en november 2023;
  • vernietigt de verzuimboetes wegens te late betaling over de maanden september, oktober en november 2023;
  • verklaart het beroep voor het overige ongegrond;
  • draagt de Inspecteur op het door belanghebbende betaalde griffierecht van Afl. 25 te vergoeden
Deze uitspraak is gegeven door mr. drs. M.M. de Werd, rechter, en is uitgesproken op 13 oktober 2025, in tegenwoordigheid van de griffier N.N. Noël - van der Biezen BSc.
De griffier, De rechter,
Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………….. aan partijen verzonden.
HOGER BEROEP
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)
J.G. Emanstraat 51
Oranjestad
Aruba
U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener,
b. de dagtekening,
c. waartegen u in beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie:
belastinggriffie@caribjustitia.org.
Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:
- natuurlijke personen: Afl. 75
- personenvennootschappen en rechtspersonen: Afl. 300