De werknemer was sinds 1 augustus 1986 in dienst bij de werkgeefster, een stichting die sociale huurwoningen verhuurt. Op 14 april 2021 werd de werknemer op non-actief gesteld en vervolgens op staande voet ontslagen wegens vermeende bedreigingen en ondermaats functioneren.
De werkgeefster verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van dringende redenen en veranderde omstandigheden, zonder vergoeding. De werknemer stelde het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig te achten en vorderde loonbetaling en wedertewerkstelling, en in het zelfstandig tegenverzoek een billijke vergoeding.
Het gerecht oordeelde dat de bedreigingen en het disfunctioneren niet voldoende waren vastgesteld en dat de ontbinding wegens dringende reden niet kon worden toegewezen. Wel werd de arbeidsovereenkomst ontbonden op grond van veranderde omstandigheden, namelijk een vertrouwensbreuk. Gezien de duur van het dienstverband, de omstandigheden op Sint Eustatius en het functioneren van de werknemer, werd een billijke vergoeding van USD 115.000 toegekend.
De vergoeding is pas opeisbaar indien het ontslag op staande voet onrechtmatig blijkt. De werkgeefster mocht haar verzoek tot ontbinding intrekken binnen een termijn. Proceskosten werden voor eigen rekening gelaten. Beslissingen over loonbetaling in de periode na het ontslag blijven voorbehouden aan de bodemrechter.