Belanghebbende betwistte de aanslag motorrijtuigenbelasting (MRB) 2019 omdat zijn auto in de eerste drie kwartalen van dat jaar gestolen was, waardoor hij geen houder zou zijn geweest en geen MRB verschuldigd zou zijn. Hij stelde ook een counterclaim in wegens vermeend wanbeheer en onrechtmatig handelen door het Openbaar Lichaam Bonaire (OLB).
De heffingsambtenaar stelde dat belanghebbende niet had voldaan aan de meldingsplicht volgens artikel 15, lid 4 van de Motorrijtuigenbelastingverordening Bonaire 2011 (MRBV), waardoor hij voor het gehele jaar MRB verschuldigd bleef. Belanghebbende kon geen bewijs leveren van beëindiging van de verzekering of inlevering van nummerplaten.
Het Gerecht oordeelde dat belanghebbende niet had voldaan aan de meldingsplicht en dat het beroep daarom ongegrond was. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen ondubbelzinnige toezegging was gedaan door het OLB. Omdat het beroep ongegrond werd verklaard, bestond geen recht op schadevergoeding.
De procedure verliep via twee zittingen, waarbij belanghebbende een wrakingsverzoek introk. Na sluiting van het onderzoek werden nog stukken ingediend die niet tot heropening leidden. Het Gerecht wees het beroep af en wees het verzoek om schadevergoeding af.