Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Ontvankelijkheid bezwaar
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende kreeg een aanslag motorrijtuigenbelasting (MRB) opgelegd voor het jaar 2018 over een Toyota Hilux. Hij stelde dat de auto in juli 2016 was gestolen en dat hij daarom geen MRB verschuldigd was. Echter, hij had niet voldaan aan de meldingsplicht zoals voorgeschreven in artikel 15, lid 4 van de Motorrijtuigenbelastingverordening Bonaire 2011 (MRBV).
De heffingsambtenaar handhaafde de aanslag, en het Gerecht verklaarde het beroep ontvankelijk na terugwijzing door het Hof. Het Gerecht oordeelde dat belanghebbende pas in 2020 melding maakte van de diefstal, terwijl de belastingplicht voor 2018 bleef bestaan omdat de meldingsplicht niet tijdig was nageleefd. De door belanghebbende gevorderde schadevergoeding van USD 50 miljoen wegens wanbeheer en onrechtmatig handelen werd afgewezen.
Het Gerecht volgde de jurisprudentie van de Hoge Raad en Centrale Raad van Beroep dat de ontvankelijkheid van het bezwaar niet ambtshalve mag worden beoordeeld als het bestuursorgaan inhoudelijk heeft beslist. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag motorrijtuigenbelasting 2018 wordt ongegrond verklaard en de gevorderde schadevergoeding afgewezen.