Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL EN STANDPUNTEN PARTIJEN
4.BEOORDELING VAN HET BEROEP
Ontvankelijkheid beroep 2010
5.PROCESKOSTENVERGOEDING EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, directeur en grootaandeelhouder van een autoverhuurbedrijf, maakte bezwaar tegen aanslagen inkomstenbelasting voor 2010 en 2011. De Inspecteur legde aanslagen op en verzuimboetes wegens niet tijdig doen van aangifte. Belanghebbende stelde beroep in tegen de aanslagen en het niet tijdig beslissen op bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen de aanslagen 2010 niet-ontvankelijk was wegens overschrijding van de beroepstermijn, aangezien het beroep pas na meer dan drie weken na ontvangst van de uitspraak op bezwaar was ingediend. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar 2011 was eveneens te vroeg ingediend, vóór het verstrijken van de termijn waarbinnen de Inspecteur moest beslissen, en werd daarom ook niet-ontvankelijk verklaard. Echter, omdat de Inspecteur tijdens de procedure alsnog uitspraak op bezwaar deed, werd het te vroeg ingestelde beroep geacht mede tegen deze reële uitspraak te zijn gericht.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze alsnog gegeven uitspraak op bezwaar ongegrond. De verzuimboetes bleven gehandhaafd en waren niet in geschil. De Inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten voor het beroep tegen het uitblijven van een tijdige uitspraak op bezwaar. Het griffierecht werd niet vergoed omdat het beroep tegen de reële uitspraak ongegrond was verklaard.
Uitkomst: Beroep tegen aanslagen 2010 en niet tijdig beslissen bezwaar 2011 niet-ontvankelijk; beroep tegen alsnog gegeven uitspraak op bezwaar ongegrond; proceskosten toegekend.